chris.reismee.nl

Karma speelt een machtig spel. Ziekenhuis, radio en zwemplezier.

16-01-2011 tot en met 23-01-2012

In mijn vorige verhaal schrijf ik hoe de realiteit langzaam tot me door dringt. Langzaam. Nadat ik (slechts enkele malen) bij dat gevoel kwam was ik er ook telkens als de wiedeweerga weer van weg. Zoals ik beschrijf dat ik me soms bij de kinderen pas van een masker bewust ben op het moment dat het per ongeluk afvalt, zo betrap ik mijzelf daar ook op. Tot er geen ontsnappen meer aan is.
Op vrijdagochtend kletsen we over dit vreemde gedrag onder het genot van een kopje koffie. Dat het haast zo lijkt te zijn dat de mensen die vanuit Nederland meelezen zich meer laten raken dan wij. Wij zitten er natuurlijk midden in, we werken met kinderen die in een stand van overleven geprogrammeerd zijn en komen er zo onbewust ook zelf in terecht.
Maar karma speelt haar spel machtig, want vrijdagavond staan we in een ‘public hospital' -dat een overschot aan mensen maar een groot gebrek aan ruimte of hoop heeft- letterlijk te vechten voor het leven van Bart, een van onze schoffies.

Bart is opgenomen met een al gescheurde blindedarm. Nadat de arts op zondag de verkeerde diagnose stelt loopt hij er nog vier dagen mee rond voor de pijn zo ondragelijk is en de koorts zo hoog stijgt dat zijn moeder hem naar het ziekenhuis brengt op vrijdagochtend. Wij horen dit nieuws op vrijdagmiddag. Ook horen we dat hij nog niet is geopereerd, dat de medicijnen wel aanwezig zijn, dat niemand weet waarop ze wachten en dat de toestand zeer kritiek is.
We gaan er direct naartoe, misschien is het een arrogante westerse gedachte, maar als we IETS kunnen doen om dit jongetje bij ons te houden doen we het. Eerst helderheid.
Helderheid: Bart staat op de wachtlijst. Er is één dienstdoende ‘spoed' chirurg en één operatiekamer en vier wachtenden voor hem.
Bart ligt op zaal tussen heel veel zieken mensen van jong tot oud, er staan vele ventilatoren op volle toeren bacteriën te verspreiden. De slagader in zijn hals slaat razendsnel, zijn voorhoofd druppelt van de koorts, zijn gezicht verkramp, zijn ogen huilen wel maar zeggen niets meer. Kindje kindje, blijf hier, blijf hier.
We mogen een arts spreken, die met een schampere arrogantie uit legt dat ze ‘heus mevrouw' om hun patiënten geven maar er nu eenmaal gebreken zijn als er niet genoeg geld is om de patiënt naar een privé kliniek te brengen. Dus Bart kan misschien vanavond, misschien morgenochtend, misschien morgenmiddag of misschien pas morgenavond geholpen worden. Dat hangt er natuurlijk ook nog vanaf of er andere spoedgevallen komen, mevrouw, als er hier voor de deur iemand wordt neergeschoten gaat hij natuurlijk voor.
Ja, meer dat begrijp ik maar..
Of als er een zwangere vrouw in nood is gaat ze ook voor.
Ja, meneer maar is dat nu aan de hand?
Nee maar wanneer het gebeurt zal ik daarnaar moeten handelen, en er zijn nog vier wachtenden die ook geholpen moeten worden.
Zijn die net zo kritiek?
Nee , niet net zo kritiek. Maarja, ze waren er eerder. Ziekenhuisbeleid mevrouw.
Zijn houding doet mijn bloed koken, ik voel de machteloosheid van de situatie en het gebrek aan geloof en hoop in de hele wijde omtrek, maar we houden vol. En het lijkt te helpen.. Wanneer de huidige patiënt uit de OR is zal hij met zijn team de situaties opnieuw opnemen en objectief naar de situatie kijken, en wie weet is Bart dan wel eerder aan de beurt.  
We blijven in beeld om de druk op te voeren. Het is flauw, maar ze zijn erg gevoelig voor het feit dat we uit het buitenland komen - ik wit ben - en we gedrieën (met Grace aan ons zij) ons mannetje staan in goed Engels.
En het werkt! Na een uur wachten is Bart als eerste op de lijst! JA! JA JA JA!!!
Als we echter van zijn moeder te horen krijgen dat er 1,5 uur later nog geen verandering is besluiten we nog één keer polshoogte te nemen. Het bezoekuur is voorbij dus we mogen er niet in. Na wat gedram mag ik alleen verder.
Het is een bizarre situatie. Als lange witte loop ik door gangen en zalen vol zieke mensen en voel ik me als een bliksemafleider op de laatste plek op aarde waar ik de aandacht trekken wil.
Bij de juiste afdeling komt de dienstdoende nurse direct op me af ‘hij wordt op dit moment klaargemaakt voor de operatie mevrouw'. Dus de chirurg is beschikbaar? Ja. De OR is vrij? Ja. Dus u kunt mij beloven dat de operatie binnen 15 minuten begint? Yes ma'm. Ok, salamat. Salamat Gid. Bart, zijn moeder en team witjas om zijn bed laat ik met rust maar ze zijn druk in de weer. Twee uur later horen we bericht; hij is de operatie uit en alles is goed gegaan.
Wanneer we de volgende dag na de workshop weer langsgaan is hij stabiel, zwak en ziek maar niet meer stervende. Opluchting. Adem, dankjewel.

Afgelopen week zijn we begonnen met filmmateriaal verzamelen voor de 2e Little Voices documentaire, met onze familie naar een aftands overheidspark in Mambucal  (dat zijn aantrekkingskracht heeft vanwege de vele watervallen, thermische grond en zwavelbronnen in de buurt) geweest,  hebben we onze derde werkweek gehad en zijn  we -niet te vergeten- met Little Voices op de radio geweest!!   

Het werken aan de documentaire is erg dankbaar werk en levert ons ook veel op. We mogen binnen kijken in de huizen van de kinderen, krijgen een eerlijke en kwetsbare blik in hun leven. Momenten van aandacht voor één iemand en het belang om een eigen verhaal in rust aan de wereld te vertellen zijn waardevol.
Zo vinden we Chabelita slapend op haar bamboe vloer, net wakker is ze puurder dan ooit. Wij mogen dichterbij. Maar ik voel ook het verwijt en de angst om weer verlaten te worden, en die angst is reëel. Wij kunnen haar - en de anderen - geen blijvend veilig bieden, dus waarom zouden ze zich open stellen?
Soms voelt het geheel aan als een losgeslagen, onaanraakbare, kudde gewonden olifanten.
Maar wanneer we leren dat die ene onhandelbare jongen twee jaar geleden non stop de boel kort en klein sloeg en die andere grote mond een jaar terug nog andere kinderen zo veel angst aanjoeg dat ze er niet van naar de workshop durfde te komen, laten we ons oordeel weer varen en zien we proberende kinderen die in ieder geval en in de eerste plaats plezier maken met elkaar.
Wanneer we voor het radio interview oefenen horen we dat terug; ‘ik ben blij met Little Voices omdat ik nu in de buurt ook durf te praten en te dansen, ik ben niet meer bang' en ‘ik ben blij met Little Voices omdat ik leer hoe ik met andere kinderen om kan gaan en hoe ik me moet gedragen'.
Als je op jezelf aangewezen bent, wanneer jij niemand hebt om rekening mee te houden en niemand rekening met jou houdt, waarom zou je dan?
 
De radio. Tukib Negros. We hebben vier vuilnisbakjes gekozen om mee naar de radio te mogen, spannend, belangrijk en heel erg leuk. Op Filipino tijd hebben we ze laten beloven om om 09.00 bij de kerk te zijn, zelf zijn we 09.30 en 09.50 moeten we echt vertrekken. Tegen alle verwachting (en eerdere ervaring) in staan ze alle vier keurig klaar wanneer wij om 09.30 aan komen rijden! ‘Tita Chris, Tita Narhea, you are late! You are late!' Ze hebben allemaal slippers aan en kleren (hoewel kapot) zonder vlekken. Nerveuze koppies. Allemachtig prachtig.
Het interview is heel erg leuk, we vullen alles bij elkaar misschien wel 1,5 uur! De aandacht ligt wat veel op ons als buitenlanders dus die proberen we te verleggen, zo komen de kinderen goed aan het woord. Het is een mooi gezicht.
Vier schoffies keurig op rij, zonder bed of zelfs huis, maar mét microfoon. Zij zijn belangrijk, en worden gehoord, al is het maar eventjes.
We promoten druk en hebben duidelijk de interesse van het radiostation. We zenden onze contactgegevens uit en krijgen gelijk een berg positieve berichten over de sms vanuit de hele Filipijnen! Dit is goed voor Little Voices, misschien voor later, in ieder geval voor de kleine stemmen van nu.

Ook zijn we begonnen aan de presentatie en dat beloofd een heel leuk te worden. Beatbox, breakdance en wensen wisselen af met de werkelijkheid. Ik ben heel nieuwsgierig en heb heel veel zin om te gaan spelen! Kom! Kijk! Luister!

Als afsluiting van dit verhaal zijn we ook nog met de kinderen naar het zwembad geweest. Een echt zwembad. Met 16 kinderen en 4 volwassenen in een gehuurde Jeepny, gillend van pret over een hoge weg.
Aangekomen bij het recreatiepark (het enige zwembad in de buurt met gepaste omheining, iets wat met deze kinderen toch echt moet moet moet..) stormen ze de douches in. Er is een haast euforische verwondering en blijdschap. Zo echt en opgetogen, ‘Een douche! Een douche! Kijk! Ik sta onder de douche! Een douche!!', het hele park schalt van groot kindergelach. Ontroerend.
Er wordt wild gesprongen, feest gevierd in het water, trucs gedaan, van onze schouders gedoken, spelletjes gespeeld. Niemand valt en niemand maakt ruzie.
Niet iedereen kan zwemmen, dus Narhea en ik zijn schipper en één voor één geven de kinderen zich over en laten zich helemaal ontspannen door het diepe water dragen. Mooi.
Ook mooi zijn de blote billen van de constant afzakkende zwembroeken, nog mooier de gulzigheid en eeuwig de dankbaarheid. Nog nooit is het voorgekomen dat ze allemaal aten en drinken zonder dat  minstens drie aapjes zich eerst over ons bekommeren door ons een groot stuk kip met vieze handen en vragende ogen onder de neus te duwen.
Terug in de jeepny geeft de euforie zich over aan slaap en kruipt zelfs de grootste mond voorzichtig tegen mijn schouder.

APE-TROTS.

6 reacties | reageer

Over liefdesliedjes, niemandsland en een heel veel houden van.

Er knaagt een steen onderin mijn buik. Een zware steen met ruwe randjes die zijn tanden vastbijt in mijn ingewanden om mij eraan te herinneren dat we hier veel te kort zijn om zo veel lief te hebben. Diezelfde steen daalde in mij af met het plotse besef van ooit weer een vertrek. Het achterlaten van ons Mami en Papi en boven alles onze straatschoffies.

De schrijnende realiteit begint heel langzaam tot me door te dringen, de ogen van de vechtertjes spreken boekdelen. Slechts een enkeling heeft ze echt open. Veel van hen ontvluchten de wereld in een trip van lijm op de dagen dat we niet spelen en dat is voelbaar. Soms ben ik me pas van hun maskers bewust op de  -te zeldzame- momenten dat ze per ongeluk afvallen. Maar geef ze eens ongelijk. Je eten verzamelen door per kilo speciaal geselecteerd afval in te leveren (waarvan ik de regels niet helemaal begrijp, maar wel dat ze 7 pesos per kilo krijgen; ongeveer 13 euro cent) is geen kind zijn. En nog minder kind zijn is zorgen voor je werkeloze vader die is gaan drinken toen je moeder stierf. Maar jij was toen 3 en nu 12, dus je gaat door.
We kunnen in deze tijd een heleboel betekenen en tegelijk niets.

Onze tweede werkweek zit erop, de groep begint een vaste vorm aan te nemen en er is absoluut sprake van vooruitgang en een groeiend belang.

In de midweek-weekend-break van deze week hebben we een nacht op het plattenland geslapen. In Alacapa. Een uur met de bus het binnenland in, tien minuten met een tricycle over modder-hobbel-buffel pad, waarna de berg voor de tricycle te steil wordt en je enkel nog te voet verder kan ontluikt er ineens een kleine nederzetting tussen de suikerrietvelden. Op de zijkant van een kleine berg met uitzicht op de vulkaan. In deze tien hutjes wonen twee families en een van deze families is Wanda's host-familie sinds de eerste keer dat zij, toen ze 16 was, de Filipijnen bezocht.
De twee dagen dat we daar zijn maken indruk op me. Het lijkt haast een regel; hoe beperkter de leefomstandigheden hoe warmer de mensen.
In beide families is er slechts één meisje die gebrekkig Engels spreekt. Rowena is 21 jaar en moest wegens financieele problemen met school stoppen. Ze heeft (uit eigen keuze) nog geen man en verveelt zich. Haar leven hier bestaat uit opstaan, eten, wassen, koken, afwassen  en slapen. Ze is dan ook zo enthousiast over ons bezoek dat we bij vertrek een hartverwarmende brief van twee kantjes mee krijgen waarin ze beschrijft hoe dankbaar ze is en hoe erg ze ons zal missen. De verlangens zijn in strijd met de realiteit maar in het geheel lijkt (op veel plekken en situaties die we hier op de Filipijnen om ons heen tegen komen) wel een soort berusting te zijn. Zo is het, dus we maken er het beste van. De bescheidenheid die hier zo belangrijk is blinkt overal in uit en brengt een onmenselijke gastvrijheid met zich mee, onmenselijk (of beter, onwesters) maar geheel oprecht. Eigen (harde bamboe) bedden worden afgestaan, het voedsel wordt gedeeld, vruchten uit bomen getrokken en buffels om op te rijden tevoorschijn getoverd.
Dat de wc een gat in de grond is die door beide families wordt gebruikt, waar de kwaliteit van de ‘vloer' die jou van de drekput scheidt bijzonder twijfelachtig is en het zeiltje dat het geheel omspant te laag om je op je gemak te voelen (tussen alles wat om je heen vliegt) deert ons al niets meer.

Vreemd hoe snel je je aanpast. Hoe je van te voren (in Nederland) over dingen na denkt en fantaseert en groter maakt maar wanneer het echt gebeurt, gebeurt het en is het niet meer dan de situatie daar op dat moment waar jij toevallig deel van uitmaakt.

Zo is het leven hier ‘gewoon' leven geworden, al binnen twee weken. We hebben onze eigen mensen om ons heen, werk, een familie en afgelopen zaterdag zelfs een zakenlunch met (ja heus!) de grootste Filipijnse radio omroep..
Op weg naar Alacapa op het platteland, nadat Narhea uitgebreid de aandacht had getrokken door zich als jeepnyconducteur voor te doen en roepend over straat liep werden we in de jeepny aangesproken door een vrouw. Wie zijn jullie? Wat doen jullie? Waarom? Na een kort gesprek haalt ze haar kaartje tevoorschijn en stelt ze zich voor, een paar dagen later zijn we zakenlunch en volgende week staan we met Grace en drie schooiertjes in de studio voor Little Voices!!! YES! Kippenvel.
Dolgraag willen we meer aandacht voor deze kleine stemmen, deze kinderen die (zoals hun lijflied ook beschrijft) zichzelf door de bittere realiteit heen lachen.
Ze groeien, gaan echt vooruit. Leren de (nieuwe) regels van het theaterspel kennen en krijgen plezier in het begrijpen hiervan. Concentratie groeit samen met de kwaliteit van ‘scenes' en expressie. Babbelende monden worden geconcentreerde ogen en fladderende lijven komen op twee voeten. Alles nog minimaal, maar de aanzet is er. En die voelt groot. Trots.

Zondag zijn we mee geweest met vuilnis rapen, de ‘dumpside'  waar de kinderen werken ligt (gelukkig) aan zee, dus er is iets van frisse lucht. Het is prachtig om te zien hoe inventief ze zijn, ze vinden een kapot bord en spelen er eten op. Daar hebben ze ook echt lol in. Ontroerend is hoe Pepe met een stuk bamboe, een touwtje en het onderstel van wat ooit een speelgoedvrachtauto is geweest zijn eigen trekkar heeft gemaakt en deze overal mee naar toe neemt en indien nodig met  gepast geweld zal beschermen. Of hoe Ken in de kring verteld over wat hij mee heeft gebracht als  dierbaar object van thuis: een roze pluche hondje dat tegelijkertijd een tas is. Ken mocht het van zijn moeder niet houden omdat hij het tussen het vuilnis had gevonden en het te vies was, maar hij heeft het grondig gewassen en toen mocht het toch. Hij houdt van het hondje en het doet hem denken aan zijn moeder die hem, niet veel later, verlaten heeft en in Manilla is gaan wonen.  
Het lijkt alsof ze langzaam echt dichterbij durven te komen. Zoals een ielig ventje dat naast mijn voeten zit terwijl ik staand op een bank overzicht probeer te houden tijdens een ‘ zo dicht mogelijk bij persoon A en zo ver mogelijk van persoon B' oefening. Ik zie hem naar mijn voeten kijken en voel dat hij zijn hand op mijn rechtervoet legt en er zacht over begint te wrijven, dan schuift zijn blik weer naar de spelvloer maar begint hij zachjes aan een velletje op mijn voet te trekken. Zoals mijn zusje dat deed bij het velletje tussen duim en wijsvinger en veel kinderen bij de elleboog van hun moeder.
Met veel plezier (anne maria koekoek) winnen we vertrouwen en is er steeds meer mogelijk (meubels verplaatsen en elkaar gebinddoekt door de ruimte leiden).

Zo vliegt de tijd voorbij. Vanaf volgende week gaan we ons echt richten op de ‘productie'. We spelen sowieso op 3 plekken maar we hebben er ook nog 3 zwevend in de lucht waarvan we hopen dat er nog minimaal een doorgaat.

In vergelijking met Nieuw-Zeeland is het niet de ruimte en de schone lucht die mij bindt maar de mensen, de mensen, de mensen. Een bezoek aan een dichtbijgelegen vulkaan wordt overgeslagen om dichter bij de kinderen en onze nieuwe familie te kunnen blijven. Ook om hoog in de bamboehut van de buurman naar zijn gitaarspel te luisteren en Illongo liedjes te leren, die we de dag daarna uitgeschreven met de tekening van een hand die bloed van de prikkels van een roos op papier toegeschoven krijgen. Dat de man al een vrouw en een kind heeft mag de pret niet drukken.  
En, eerlijk is eerlijk, het Filipijnse tempo samen met de Filipijnse ‘que sera sera' filosofie doet me goed. Even pas op de plaats. Even alles behalve haast.

6 reacties | reageer

Straatschoffies in de lachende stad.

02-01-2012 / 09-01-2012

De eerste Yoga, alleen naar de markt/stad/strand, en Little Voices(!) dagen. In verband met de voorstelling die we na terugkomst gaan maken hebben we een heus trainingsschema opgesteld. Yoga is daar een onderdeel van.
Ons huis is te klein om dit goed te kunnen doen en onze buurt te vol van mensen om niet onmiddellijk de aandacht te trekken. Maar achter ons huis ligt een basketbal buurtpleintje dat zich er (ondanks de vele voorbijgangers) toch wel erg voor leent.

Dus daar gaan we, iedere ochtend, wekker om 06.45..

Kleine uitstap:
Daday (mama): I heard your alarm this morning at 8am.. (veel betekende blik met afkeurende getuite lippen en een van haar vele ‘hmm' geluiden) Thats not how we do it here, you should get up much earlier (weer zo'n blik) 5.30 am or 6 at last. (Knikje en een ‘hmm' die ‘einde gesprek' betekend).   

Op het pleintje hebben we veel bekijks, maar alleen de kinderen durven echt dichtbij te komen en krijgen we zo ver om mee te doen. Tot we samen met een clubje bloedserieuze bata lalaki's en babaji's  (kleine jongetjes en meisjes) ons verwikkelen in boomhoudingen en armbalansen.

De kinderen houden aan! Als het droog genoeg is staan we om 07.30 klaar en blijven de meeste de hele cyclus (45 minuten) mee doen. Tong uit de mond en strekken.

Maar minstens zo mooi zijn onze schoffies. We hebben inmiddels meerdere middagen met ze gewerkt, gespeeld en gegeten. Ze hebben de concentratie van een sprinkhaan maar zijn nieuwsgierig, leergierig,  overdonderd en verwonderd. Tussen de tien en vijftien luizenbolletjes, vechtertjes, straataapjes.

Schaamte en verlegenheid is een groot thema op de Filipijnen en beide worden al goede eigenschappen beschouwd. In je eentje voor de groep staan  is in NL al een grote opgave maar hier enorm, terwijl  (wanneer je ze betrapt op een moment dat ze zich niet bekeken voelen en vooral wanneer ze iets na mogen doen en niet zelf hoeven te bedenken) ze een fascinerend breed scala aan expressie hebben.
Soms moeten ze streng toegesproken worden (en is een tweede stem die vertaald niet altijd even efficiënt) maar altijd verassen ze ons weer en ontroeren ze diep met hun ‘per ongeluk' grenzeloze overgave.
Het plezier, de warmte  - vuur. Genieten.
Wij genieten van hen, zij van ons.

We werken in het centrum, op de ´veranda´ van Cameroli Church. De kinderen stromen in groepjes binnen en wij  (met vier workshopleaders) ook.
Verkeer hier is een leerzame ervaring voor mijn geduld. Als een Jeepny van mening is dat tien mensen niet genoeg zijn om te gaan rijden, rijdt hij niet. En omdat je al betaalt hebt stap je niet in een van de vele jeepnys die je ondertussen (leeg) voorbij rijden.

Kleine uitstap:
De Jeepnyrit naar de eerste workshop.
Ik: Grace, does the Jeepny always take so long? We are late, why don't we go?
Grace: Don't worry, he's just not full.
Ik: (na een tijdje) Is it full now?
Grace: The driver can decide.
Ik: Ok. (Ik tik met mijn voet op de vloer, kijk heen en weer, geef de chauffeur ‘schiet op' blikken')
Ik hoor Grace aan de driver uitleggen dat we te laat zijn en dat dat vreemd is voor onze cultuur, waarop de driver (zo verteld Grace) naar zijn ‘conducteur' schreeuwt:
Schiet op! We vertrekken! Die witte is nu al ongeduldig! We gaan!

Maar het went, ons tempo van lopen is binnen een week al aanzienlijk vertraagd en om op tijd in het centrum te komen gaan we gewoon een half uur eerder van huis, of komen we te laat. Dat is gewoon zo en dat is goed. Txt Danka: ‘Ok lang! (vrij vertaald: geen probleem) don't worry, you're in the Philippines now'.

Het leven hier begint te zakken, ons eigen huis met eigen familie. Een echte Filipino familie. We hebben een heuse papa en mama, die zich zorgen maken als we te laat thuis komen of niet genoeg eten, die we in nood bellen als we een nummer op een pasje vergeten zijn,  samen met ons de was doen en deze ook opvouwen ‘zoals het wel hoort'.
Tante's Grace en Danka, die ons al kwebbelend aan de arm overal mee naar toe nemen.
De lola (oma) van het koffiebarretje naast de werk-kerk die achter haar bar vandaan komt en ons volgt op straat om ons op ons hart te drukken dat we goed op onze spullen letten. En de kinderen die hun cola met ons willen delen nog voor ze er zelf een slok van genomen hebben.
Wanda vertelde ons voor vertrek ‘de cultuur is anders ja, maar je gaat er niet voor de cultuur heen, niet voor de kleuren of mooie gebouwen, niet voor de natuur (hoewel die adembenemend kan zijn) maar voor de mensen'.

En dat is waar. Het aanpassen aan elkaar brengt lastigheden met zich mee, het wel en niet direct communiceren, het hoe en wat.
We hebben een nieuwe kamer gekregen - de zolderkamer - die twee delen heeft, gescheiden door een trap en kasten. Een witte vloer tegen de kakkerlakken en een spaanplaten dak waar de regen op klettert. Fijn. Mijn bed is gepromoveerd naar een ijzeren frame met een fleecedeken om op te liggen en papi en mami hebben hun eigen bed weer terug (waar ze ons in hadden laten slapen zonder dat wij dat wisten!). 
Maar we vinden onze draai, in het huis, in het land, in het werken, met elkaar.
Staand naar de WC, douchen met een emmer en koken op kolen.
Afgelopen week hebben we een kleine ‘midweek - weekendtrip' gemaakt naar Sipalay beach. Een toeterende busrit naar een palmstrand met blauw water en schoon zand, weg van de stad vol smog, herrie en afval.
Maar terugkomen in de rook was lang zo erg nog niet, want we zijn thuis.

7 reacties | reageer

Over schreeuwende varkens achter op driewielbromfietsen en meer.

29-12-2011

Vandaag zijn we aangekomen in Manila. Als we uit het vliegtuig stappen worden we -door onze onnozele doodvermoeide ogen snel als mikpunt gekozen door de meest assertieve vliegtuig-help-toerist-in-nood-en-buit-ze-uit man. We laten ons uitbuiten: binnen tien minuten liggen onze paspoorten achter de counter bij een stoffig toeristenbureau, voor de boeking van een veel te dure doorvlucht en terwijl onze tassen onbeheerd achter in de veel te dure taxi liggen laten we ons begeleiden naar een pinautomaat.

We worden naar ons (gelukkig wel goed gereserveerde) hostel gebracht en struinen de rest van de avond de straat af, waar we eten (verassend lekker, spotspotspot goedkoop) en op tocht gaan naar een klamboe.

Op deze tocht doet een tekenend beeld voor de extreme tegenstellingen die op ons afkomen: een meisje, klein, mooi, grote ogen, verfomfaait jurkje, handjes in de lucht. - Oppakken en mee nemen. Allemaal in het vliegtuig mee naar huis. Nu. - Het meisje staat voor haar moeder en broertje die op straat liggen te slapen, op de stoep, handjes slap over de rand, de stoep leidt naar een deur, de deur leidt naar een vijf etage hoge shoppingmall met marmeren vloeren, Dolce en Gabanna, een reuzachtig oppervlak zo groot dat we er meerdere malen verdwalen in en het uur dat we (tevergeefs) zoeken naar een klamboe.

We slapen pas in rond een uur of tien, in een eerst te koude (airco) dan te warme (airco uit) en hoe dan ook te luide (non stop leven en eeuwig bonkende jaren 90 muziek) nacht.

30-12-2011

De volgende ochtend dringt de jetlag zich aan ons op, de zon maakt veel goed maar haalt ons niet uit de wazig doch neutrale stand: ‘waar zijn we in hemelsnaam beland, ach, er is nu toch geen manier om me hiertoe te verhouden'.

We nemen de taxi naar het vliegveld, dezelfde man als gisteravond, die ons ook te duur weer terug brengt.. maar het feit dat hij van een afstand roept ‘good morning miss Chris!' maakt dat ik graag een paar Peso's extra betaal.

Op het vliegveld hebben we een paar uur vertraging en het eerste telefonische contact met Grace, Bacolod. Die klinkt bijzonder aardig en enthousiast, ze is al onderweg naar het vliegveld wat maakt dat ze twee uur op ons moeten wachten.. helaas pindakaas.

De vlucht naar Negros is prachtig, de eilanden, de zon. Narhea heeft voor het eerst totaal geen last van haar oren bij het vliegen, blijkbaar komen we thuis.

Grace en Samson staan ons op het vliegveld op te wachten, maken foto's en nemen ons mee. Warme typische mensen, een dunne veel pratende vrouw die met een pruillip de taxiprijs omlaag probeert te praten en een kleine smalle man met een bolle buik en paardenstaart die met heel weinig woorden veel zegt.

We rijden door de sugarcane velden en langs water buffalo's die zo tam zijn dat je er op kan zitten. Veel groen, arm, vies en vreemd genoeg verzorgd. Ze hebben niets, leven in hutten van afval, maar zorgen dat ze er goed uitzien voor ze de deur uitgaan.

We rijden door de straten van ons nieuwe thuis, veel verschillende buurten, een paar rijke huizen en één rijke buurt maar verder veel  veel slums.

Dan komen we aan bij ons huis, een straat vol met vlees kolenvuurtjes, kleine chips en cola winkeltjes achter gaas, palmbomen, huizen van afval of bamboe, een enkele van beton, of delen van beton. In deze straat slaan we een voetgangers paadje linksaf, lopen 30 meter en zijn thuis.  Een blauwe deur van krakend ijzer opent naar een betonnen gang vooruit en een rode vloer naar links, een deur naar rechts leidt ons naar de huiskamer waar een schreeuwende televisie beeld-sneeuw-beeld-sneeuw de ruimte vult. We ontmoeten ons nieuwe ‘Papi' Aprik (we noemen hem nu dus maar Paprik!), en later ook Mami.
Grace neemt ons mee naar de markt waar we met een warm welkom worden aangegaapt.

We bereiden eten, buiten in de tuin waar de keuken is - op kolen en wassen met teilen water- zijn ook vijf hanen, prachtige hanen, die worden gehouden om te vechten.

Op de markt hebben we (wonder boven wonder) een klamboe gevonden! Van plastic en blauw, maar toch.

De kamer waar we slapen (de eerste paar nachten samen, er is iets ander gelopen in planning, familiebezoek en organisatie, filipino style) is klein en donker. De kakkerlakken zo groot als een erg dikke middelvinger en spinnen zo groot als een gespreide hand zijn onze onwelkome kameraden. Maar als Narhea haar klamboe tent op een heus matras heeft gezet en ik het bed dat mij is toegewezen (tweepersoon schuimrubber dat er door groot gebruik uitziet als een berglandschap waar je onvermijdelijk in een vreemde hoek op je ru in het dal terecht komt) inpak in mijn blauwe huisje is het goed.

31-12-2011

Oudejaarsdag vandaag! 4 am. Geroezemoes van Mami en Papi, naar de markt. Oef. 6 am. De hanen houden uitvoerige dialogen die mij wakker houden. 07.30 de wekker gaat en ik ben al lang wakker, maar heb voor het eerst in tijden wel wat uren doorgeslapen. Ik heb zin om naar buiten te gaan en dat is een goed teken.

Grace zou ons om 9 uur komen ophalen voor een business meeting, maar blijkt er al vanaf 6 am. te zijn. Ze maken hier lange dagen, drinken als westerlingen tot 1 uur snachts en staan op als oosterlingen om 4 uur in de ochtend, korte berekening = drie uur slaap.

In ons straatje rijden er met regelmaat tricylces (brommers met geschilderd metalen zijspan en drie wielen, ook te verkrijgen in echte fietsvariant) voorbij met schreeuwende varkens, aan hun voorpoot vastgebonden, achterop. We leren dat het slachthuis dichtbij is. Ook dode varkens komen met regelmaat voorbij.

We spreken de repetitie en voorstellingsdagen af, zin in, zin in! Weer een marktbezoeker en een kleine siësta. Om zes uur, na twee jeepny's  en een tricycle rit later komen we in het centrum aan. We rijden langs prachtige velden, stadjes, het buitenleven hier is de eerste dag ronduit genieten. Wandelen in de wonderen van een andere wereld.

Op weg stoppen  we en ontmoeten we de eerste ‘Little Voices', vier kinderen die hun laatste ronde vuilnis ophalen voor het door als het geknal echt te gevaarlijk is op straat (al trekt Grace er een zeer bedenkelijk gezicht bij). Ze zijn trots en blij ons te ontmoeten, en wij ook.

We komen aan bij Samson (de kok van Little Voices) en Danka (een artieste bij hard en ook workshopleader, al is ze nu ook erg trots dat ze een baan heeft bij een make up merk Avon, banen zijn een zeer zeer zeer schaars goed hier). De familie heeft ons uitgenodigd voor oud&nieuw diner, heel erg lief, warm en welkom.

Eten en manieren, vlees en stilstaand water, aanpassen en eerlijk is soms lastig of niet goed te voelen, wat kan wel en niet? Vegetarisch en niet gelovig zijn is maar moeilijk te bevatten en ons mama (tatai) probeert ons herhaaldelijk terloops vlees te voeren maar met een lach en een paar woorden Illongo (het plaatselijke dialect) kom je een heel eind!

Later op de avond (wanneer we weer thuis zijn) beginnen de knallen ons om de oren te vliegen en worden we door ons tatai en dadai mee genomen de buurt in en aan iedereen voorgesteld lolo en lola's (opa & oma's) tito en tita's (ooms en tantes) en de vele mooie kinderen die onze straat een feest maken. We worden aan alle kinderen voorgesteld als ‘manang Chris en manang Narhea', grote zus Chris. Fijn.

De kinderen hier zijn allemaal prachtig, stralend en vol ambities:
Ik: en wil je dan doorstuderen?
Julia (17): (met een wat-is-dit-voor-een-rare-vraag blik) Doorstuderen?.. Ja, natuurlijk. Iedereen wil doorstuderen, ik lees woordenboeken als ik me verveel!
En zo hebben we ook Simboy - negen jaar, hyper intelligent en erg sensitief - die vloeiend Engels spreekt trots doch bescheiden de rol tolk op zich neemt. Ik heb nog nooit zo een sterkte behoefte van koesteren en dichtbij houden gehad. Wat mij betreft gaan ze nu al allemaal mee naar huis.

Het is een vreemde gewaarwording, twee buitenlanders uitstekend boven de Filipino's, leren Illongo en dansen de margarena tussen knallen en nieuwjaarskussen.  

GELUKKIG NIEUW JAAR!!

01-01-2012

Een nieuw jaar in een nieuw land in een nieuwe staat van zijn.

We gaan naar het strand vandaag! Nieuwjaarsduik! We kijken erg uit naar ruimte en frisse lucht (alles ruikt hier naar kolen op vuur, geroosterd vlees en uitlaatgassen) en baden in de zoute zee (we douchen in een WC, zonder douche).

Grace en haar familie hebben ons uitgenodigd, voor hen een speciale gelegenheid met veel lekker eten, duur en zeldzaam.

Over dat eten gesproken: alles is hier MIERZOET of met vlees/vis. Vanwege de suikerplantages waar Negros om bekent staat is alles, maar dan ook alles, zoet. Het brood, de pindakaas, de rijst.. het is dan ook niet verwonderlijk dat 60% van de bevolking diabetes heeft zonder het zelf te weten.

Na een jeepnyride van drie jeepny's en 40 minuten later komen we aan op het strand, wat een behoorlijke desillusie is. Vol met ons aangapende Filipijnen banen we ons een weg door de mensen en het afval, om te zwemmen moet je eerst 30 meter door zwarte (platgestampt afval en olie) drap, voor je tot het water bereikt dat je bruin tegemoet golft. Het eerste beeld is schrijnend maar weer is die tegenstelling groot: de spelende kinderen die zo zichtbaar genieten van deze dag uit, het afval en het eten, de dronken tito versus de warme familie. Onze kinderen Sharia (zie openingsfoto) en Simboy (de kinderen van Grace), die opgetogen op ons af komen rennen en ons ‘happy new year' kussen, trekken ons mee het water in en we kunnen niet weigeren.

Het water is warm als een bad, net als ons welkom.

Tot slot: morgen ontmoeten we voor het eerst de groep kinderen! Daar hebben we heel erg veel zin. Spelen en theater 7 uur verderop voelt anders, maar hier ook vanzelfsprekend. Het eerste wat je doet met de kinderen is spelen, spelletjes, gekke bekken en dansen, het is een automatisme. Dus kom maar op!

Heel veel liefs voor jullie allemaal in ver koud Nederland.

13 reacties | reageer

Filipijnen, avontuur!!

Daar gaan we.

Een nieuw avontuur dat voelt als deel twee en deel één, verlangend naar weer weg en meer weg. Maar dit keer in een compleet nieuwe wereld, een andere cultuur, andere regels, gebruiken, samen en zon!

Het is het juiste moment om te gaan, de backpack is gepakt, thuis zorgvuldig achter gelaten. Kerst in Nederland en het begin van 2012 op de Filipijnen, Negros - Bacolod.

Spannend, alles wat ik nog niet weet. 
Heerlijk, alles wat ik nog niet weet.
(En dat gaan ver - zelfs tot aan de gegevens van onze contactpersonen en hosts).
Opstijgen en landen in een andere wereld, werken en leven buiten bekende referentiekaders, schrikken, vallen en opstaan.

Kindjes, mooie kindjes. Theater en plezier. Dansen en ontdekken. Huilen en genieten. 
Thermische bronnen en vulkanische flora en fauna  tegenover afval en armoede.

Morgen stijgen we op. 14.00. Zo. Zoef. 
Razendsnel zijn we ook weer terug, maar voorlopig toch nog niet!
Met mijn eigen kleine buitenlander aan mijn zij, de Lonely Planet , A. Boal en 170 Yoga standen in de handbagage kan ik de wereld aan!

+ volg ons ook op de projectsite: www.onkruidspeelt.nl en op de blog van Narhea: www.narhea.nl

6 reacties | reageer

Thuis is waar ik ben.

Alles gaat door. Nu ik hier ben. Alles ging door toen ik hier niet was.
Alles ging door en bleef hetzelfde.
Ik ging door in sneltreinvaart. Sprong, viel, leefde. Leef.
De dagen. De uren. De minuten. De seconden.
De tijd gaat door. Overal.

De tijd tikt op mijn nieuw gekochte Jip en Janneke horloge (pluspunt NL: Jip en Janneke).
En ik ben in de war.
Al is het niet naar om terug te zijn (iets waar ik wel bang voor was), het is wel raar.

Een andere wereld, een bekende wereld, als wakker worden uit een hele lange bijzonder indrukwekkende droom.

Maar het was geen droom. Het is geen droom. Er is vanalles, allerlei aan tastbaar bewijs. Aanraak materiaal. Het was echt, ik was daar echt, ik heb dat echt allemaal gedaan.
Soms te ver weg, maar steeds tastbaarder.
Verdrietig omdat ik voel dat ik ook langzaamaan stukje bij beetje los laat, nooit helemaal natuurlijk, nooit.

Maar stukje bij beetje en kleine stapjes.
Het schrijven van verslagen.
Het ook hier en nu nieuwe dingen kunnen doen.
Hier en nu door moeten gaan.
En dat  ook echt wel willen,
Hier en nu van mijn vrienden en familie houden.
Houden en vast-houden. Fijn weerzien.
Hier en nu werken voor een diploma.
En dan daar en later weer gaan.
Weer weg. Weg uit grijs plat koud en overvol kikkerland.

Voor mij en voor iedereen die het zien wil, nog wat flarden van de laatste week op de foto.

Zo dankbaar en fijn.
Zo open en klein.

Dankjewel iedereen.
Overal op de wereld.

Nog één keer deze kleine waarheid in mooie woorden:

Home
- Jenny Bornhold -

What you think
about. Where
you come from.
Leave from.
Home. Where
the heart beats
hardest. It
becomes a
small room
in your head.
You visit
often. They always
let you in. 

Love you long time. Dankje. Trots en YES. En vaarwel.

1 reactie | reageer

Thuis (3), over een paar dagen...?

Ik wil niet weg.
Ik wil niet weg.
Ik wil niet weg.

Auw auw hartje auw. Afscheid. Bah. Jakkes.
Zo enorm veel houden van.
Stad.
Cultuur.
Mensen.
Land.

O het land.
Een week op het Zuid Eiland met nieuw gevonden vriend (niet vriendje, wel verloofde) Ben.
We vallen niet op elkaar, erg jammer, want we passen beter bij elkaar dan wie of wat dan ook en dus hebben we besloten dat gebrek aan aantrekkingskracht treurig is maar ons huwelijk niet mag belemmeren.

De reis heeft ons van bijzonderheid laten huilen, lachen, adam&eva spelen op verlaten buitenaards mooie stranden in Abel Tasman, in de achterkant van een open truck een van de gevaarlijkste wegen (Takaka Hill = berg) van NZ op liften, bij vreemden slapen boven op een berg in niemandsland met 360 panoramaview over het adembenemend landschap vanuit de badkuip in de tuin, een dag met een angelische familie en hun bijdehante 4 jarige dochtertje (nadat ze mijn borsten uitvoerig bestudeerd heeft merkt ze op ' I really like your nipples, they're poking right out' waarop beide ouders zwijgend roder en roder worden en Ben en ik ons een hoedje lachen.

Lessen Nederlands:
07:00, regen en storm op de pond naar de overkant:
1. Ik wil sterven.
2. Ik ben levensmoe.

De rest van de week in een droomwereld vol met de meest bizarre verhalen, het paradijs:
1. Ik heb levenslust!
2. O mijn god/ O my god.
3. Koetje (de kleinste tas), Ezel (mijn tas), Camel (vonden we mooier dan kameel vandaar, Ben zijn tas).  

Afsluiting van de shows, grote successen, krankzinnige lof, huilen huilen huilen en nog steeds is een gevoel van trots niet te beschrijven. Zo enorm.
Feestjes met vliegende kostuums, wijn, borsten, bier, lady gaga en abba.
Meer en meer zon en warm.  
The Misanthrope: http://www.facebook.com/#!/album.php?aid=255171&id=638623553&fbid=475408403553
The Seagull: http://www.facebook.com/#!/album.php?aid=256689&id=638623553&fbid=477709568553
Equus: http://www.facebook.com/#!/album.php?aid=256842&id=638623553&fbid=478019253553

Nu al een kleine week met Suus onderweg, die mij zondagavond opgehaald heeft uit Wellington waar ik wel nog een weekend afscheid genomen heb, een klein feestje met geliefde mensen en veel auw bij vertrek.
Met Suus reis ik het hele noordeiland over, Rotaroua (Waar de aarde magisch omhoog kookt, in alle mogelijke kleuren en je jezelf op een andere planeet waant), Napier (een fijn art deco stadje waar Suus&Rob graag zouden wonen en daar dus ook hard hun best voor gaan doen, heel leuk!), Waitomo (Grotten, abseilen, black water raften en rotsklimmen), lots and lots of very stunning waterfalls, very amazing food and breathtaking landscaping.

Vandaag in Auckland aangekomen waar we de nacht blijven om daarna nog drie dagen het noordelijkste puntje NZ te doen, dinsdag avond week hier terug en woensdag op het vliegtuig.
Naar huis.
Naar huis? Thuis?
Ik weet het niet meer.
Als ik geen retour ticket had gehad was ik nog niet terug gegaan.
Ik mis mensen, ja, heel veel zelfs.
Maar ik mis Nederland in de verste verte niet.

Donderdagmiddag kom ik aan op schiphol, 28 oktober. Maandag ga ik weer naar school, 1 November. Terug in de winter. Nog even niet aan denken.
Drie en een halve maand zijn er hier dan voorbij gegaan en ik besef nog geen 10%.
Terugkomen is spannend, word lastig.
Al heb ik fijn vooruitzicht ook van mensen van hier die mij in de komende twee jaar thuis (nederland thuis) op komen zoeken.

Tot snel iedereen waar ik zo van hou,
te snel,
maar toch ook met zien zin.

Love.

3 reacties | reageer

Thuis. (2) is waar je hart woont.

Recenties van een waanzinnig wervelende week:

Equus:
http://www.theatreview.org.nz/reviews/review.php?id=3393

The Misanthrope:
http://www.theatreview.org.nz/reviews/review.php?id=3394  

Daarbij passend is dit woord: TROTS.
Zo trots.

Gister met een bergje tranen deze eerste twee voorstellingen afgesloten.
Woensdag opening van de derde. Die ook prachtig zal zijn.

De lentezon heeft (eindelijk) de overhand genomen op de wolken, bikini op dakterras op deze zeldzaam vrije ochtend.
Een risico dat je neemt.
Als je besluit je vertrouwde thuis drie maanden lang in te ruilen voor een plek aan de andere kant van de wereld.
Gemis. Missen.
Eerst het missen van kaas en veilig.
Maar nu (te) snel, het missen van hier.
Prachtige stad, land, mensen, hippie's en koffie.

Feestjes met roze bunnysuits en gouden boxers, zwangere mannen en ravioli.
Met regelmaat tegen bekenden opbotsen in het wild.
2 uur durende tekst van Moliere, buikpijn van het lachen.
2,5 uur ontluikend drama op een kale vloer, wat al allermooist prachtig was knalde gisteren het theater uit. 
Niet te stoppen stromende tranen.
En houden van.
Deze stad vol van kleuren en geurende bloemen, zon en alles kan.
Kleine wereld, jonge cultuur, veel nieuw veel oordeelloos.
De stad draagt mij, ik laat me dragen.

Ik wil wel 'vakantie', reizen (hoogstwaarschijnlijk met ben op zuid eiland, joepie!!) en suus, wijn en vrijheid. Maar ik ben geheel en al bereidt om daarna weer terug naar 'huis' te gaan, dit huis hier dan welteverstaan.
Dit huis dat stiekem als thuis bij mij binnengeslopen is.
Niet weggaan.
Niet terug de winter in.
Niet al dit moois voor wie weet wanneer ooit weer achterlaten.

Thuiskomen, zusje, vrienden, pappa en mamma, ja, natuurlijk, zo veel verlangen.
Maar makkelijk, nee.
Dat is natuurlijk ook maar goed,
een open hart leeft op pieken en dalen.
En godzijdank is dit een piek. PIEK.

Nog eventjes pieken en genieten.

Met een dubbel gevoel verdriet en veel zin zeg ik nu dus echt:
Tot heel snel,
veel liefs,
KUS.

7 reacties | reageer

Volgende pagina »

Laatste reacties

Meer reacties

Blijf op de hoogte!

Laat je e-mail achter en ik stuur je een mailtje als ik een nieuw verhaal of nieuwe foto's op de site heb gezet.

E-mail adres: