chris.reismee.nl

Liefdeskoorts.

17-02-2012 - Manilla.

Op het dak van de Jeepny die ons van Sabang naar Puerto Princesa brengt en daarmee het eerste vervoersmiddels naar definitief vertrek is, krijg ik gierende koorts.
Ai. Zou het een vluchtweg zijn, ontsnappen aan het voelen van vertrek? Of juist een reactie daarop, een duidelijk fysiek teken van overgeven en loslaten?
Typisch is het in ieder geval wel.
Wanneer we Dangka spreken zegt ze ‘dat verbaast me niets, dat is ziek zijn van het missen'.

Afgelopen dagen hebben we het paradijs gezien. We hebben getrokken langs  tropische stranden, gesnorkeld met Nemo visjes, gejaagd naar zeeschildpadden, gelopen op wit zand en in de jungle tussen apen en reuze hagedissen en op  vele vele boten gevaren over een helderblauwe zee en door een ondergrondse rivier.

Ik kon genieten van al dat moois, maar dat genieten werd keer op keer afgewisseld met een groter gemis. Met heimwee naar een stinkende stad, de city of smiles, onze cartoonachtige papa en mama, Dangka en Grace en boven alles onze kindjes.

Wanneer ik aan mijn linker ringvinger voel, voel ik het ontbreken van de ring die ik aan Badu gegeven heb. Wanneer ik me onveilig voel speel ik met twee kettingen die ik van Parker en Chabelita heb gekregen. Van hem een ketting die hij ooit van zijn moeder heeft gehad die hem nu verlaten heeft. Van haar de ketting die we zelfs in onze voorstelling hebben gebruikt, dat wat ze meenam toen we ze vroegen om hun dierbaarste bezit mee te nemen, dat wat ze haar ‘partner in life' noemt, hangt nu om mijn nek en ik zal hem met man en macht bewaken.
Maar ik voel ook de zintuiglijke herinnering al langzaamaan vervagen en dat maakt me bang, ik wil niet van ze weg maar ik ga steeds verder.

Morgen vliegen we, 24 uur, pittig.
Toch verlang ik ook naar thuis, mijn liefden weer vast te houden, een zacht bed en een warme douche. Maar daar is dan ook alles mee gezegd, dat is maar van korte duur.
Net zo lief pak ik direct het vliegtuig naar Bacolod en leg ik mijn hoofd op de schoot van Inday terwijl Grace de koorts via mijn voeten uit mijn lijf drukt.

Nee, ik ben hier nog niet klaar.

Ter afsluiting een klein rijmpje dat ik een tijdje terug schreef:

Kindje mooi, kindje klein

Geef me je hand, ik trek je door dit land
Je mag wonen in mijn hart, waar het warm is niet zwart
Voor jou staat daar een huis, vanaf nu jouw eigen thuis
En in dat huis mijn kindje klein, hoef je alleen nog maar kind te zijn

Varen in een tranendal.

En dan is hij daar. De dag van vertrek. Ik wil hem wegsturen. Hij is niet welkom. Ga! Stil!
Als een dronken buurman waar ik me al weken aan erger en zorgen over maak, die nu mijn huis binnen komt stormen, de boel overhoop haalt en mij mee neemt.  
De knagende steen, het verzet, de boze buurman.
Allemaal maken ze plaats voor meren, dalen en rivieren van tranen.

We vertrekken uit Bacolod en reizen dan via boot over zee terug naar Manilla. Onderweg doen we een paar eilanden aan om nog wat meer van de Filipijnen op te zuigen zodat we ons compleet opgeladen door de zon na terugkomst in de Elfstedentocht kunnen storten.   

Voor het vaarwel is er een feest, niet zomaar een feest, een verjaardagfeest! Hoe kunnen we het zwembad overtreffen? Niet. Maar we kunnen het wel mooier maken. Een verjaardagsfeest voor alle kleine stemmen. Met echte taart, slingers, cadeautjes én het zwembad.
Alle voorbereidingen zijn getroffen, de taart is besteld, het zwembad gereserveerd, de kinderen hebben toestemming. Niets kan mis gaan!
Maar de nacht voor deze dag breekt de lucht open, onophoudelijk klatert de regen neer op ons spaanplaten dak. Zo hard dat ik ervan ga bidden tot de wereld ‘laat de kindjes veilig zijn' maar ook  ‘laat ons naar het zwembad gaan'.
De wekker staat vroeg. We maken ons zorgen. Er worden overstromingen verwacht. Phoe. Een alternatief is zo makkelijk nog niet bedacht en morgen vertrekken we. Oké. Stap voor stap. Eerst de taart ophalen dan verder zien.
Bericht van het zwembad: gesloten wegens overstromingen. Nee, nee. Goed, een ander zwembad? Eerst naar de kerk. Zouden er wel kinderen zijn? Maar natuurlijk. Kletsnat maar klaar, ze hebben er zin in en staan paraat! We kunnen niet niet zwemmen, we kunnen ze niet teleur stellen, dat mag niet.
Er schiet Narhea  een ander zwembad te binnen dat een goed alternatief is, en ze zijn open, yes!  Vanwege het weer en schoolabsentie van de afgelopen dagen heeft toch niet iedereen toestemming en dat is heel erg zuur.  De regen klatert door. Dangka moet nog ‘even dit en even dat'. We wachten. De jeepny is er niet. We wachten. Grace is meer dan een uur te laat. We wachten.
De dag lijkt in duigen te vallen. Maar dan, wanneer we eindelijk vertrekken met de harde kern kinderen, zingend in de jeepny zitten en het zwembad binnen dansen waar glijbanen zijn en een heus piratenschip begint het feest!
We versieren in het geheim de tafel, de taart, de cadeautjes, de ballonnen en leiden de kinderen er met ogen dicht naar toe.. Isa, dua, tatlo, look!
Verbijstering. Grote ogen. Een taart met alle namen in glazuur en pakjes in papier. Bordjes met ‘Happy Birthday!'.
Ze pakken hun cadeaus uit en bladeren vol verwondering door hun boekjes, voor ieder een mooi portret op de voorkant, een persoonlijke brief op de eerste pagina's (door Grace in het Illongo vertaald), tien foto's van zichzelf aan de binnenkant en vele lege pagina's om te vullen met dromen. Sommige lezen woord voor woord met grote concentratie, sommige laten zich voorlezen, alle kopjes stralen dankbaarheid en wow uit. Kippenvel. In de brief van Badu (14 jaar, mijn stoere held, patser, peter pan) schrijven we dat we denken dat hij over 3-4 jaar ook leraar van Little Voices kan worden, dat dat een goede voorbereiding is in leiderschap voor als hij later het leger in wil. En dat wij geloven dat hij het kan. Ik ben dan ook dolblij als Grace verteld dat hij opgetogen naar haar toekomt  ‘Ze  denken dat ik Little Voices kan leiden! Ze denken het echt! Hier staat het!'.
En mijn hart spat bijna uit elkaar als ik zie dat Bagong zijn boekje bijna kapot trekt omdat hij wil dat de foto van mij en Narhea ook op de voorkant komt te staan. Met zijn tong uit zijn mond en grote witte tape trekt hij ons uit de binnenkaft en plakt ons op de buitenkaft.
We zingen ‘lang zullen ze leven', springen in het zwembad en vliegen samen door de glijbaan. Dat geeft euforie. Nog een keer! Nog een keer! Nog een keer! De tijd lijkt even eindeloos.
Heerlijk. Van mij had hij daar mogen stoppen, eeuwig glijdend met deze kindjes in mijn armen. Geen einde. Geen vaarwel.

Terug in de jeepny voelt vertrek heel dichtbij. En het is waar. Inday zit in een hoekje zacht te sniffen. Iedereen zakt. Ik trek mijn mannen tegen mij aan en huil in stilte. We gaan, we gaan echt.
Stuk voor stuk hebben ze na veel moeite hun muren laten vallen en ons binnen gelaten. Stuk voor stuk. Zelfs Mac Grey komt sinds een paar dagen zomaar voor een knuffel op ons af rennen of klets onophoudelijk in het Illongo tegen ons aan. In de kerk is ironisch genoeg een begrafenis bezig, dus verzamelen wij op het veldje ernaast waar de stemming niet veel beter is. Wij proberen grote woorden te prevelen maar die verdwijnen in de wind. Alle kindjes breken, schudden en huilen met lange halen. Wij ook. Groot groot verdriet. Badu en Bagong zoeken driftig afleiding in tekenen, tellen, foto's, nog meer tekenen, vooral geen oogcontact. Te moeilijk. Makoy heeft zich afgewend tegen een boom, laat zich wel aanraken maar niet verplaatsen. Inday, Pepe, Parker, Chabelita en Ken laten zich vasthouden, huilen, huilen, huilen, huil maar. Ze zijn ontroostbaar, er valt ook niets te troosten, het is waar, verdrietig en doet veel pijn.
Alleen Mac Grey weet zich geen houding te geven en steekt zo nu en dan zijn hand omhoog voor een high five.

Dan gaan we, Grace en Narhea voorop in de trisikad, ik sta achterop. Ik knijp in de hand van een mee rennende Ken, schrik van Bagong die met een oerkreet en gevaar voor eigen leven  bij Narhea op schoot in de trisikad  springt (hilarisch en heel pijnlijk) en vang de hand en nu toch eindelijk ook de blik van Badu die gelijk breekt. Ik blaas een kus en krijg hem terug, tranen en een blaaskus zijn een groot cadeau van deze peter pan.
Zwaaien, zwaaien door de tranen, tot zij en wij uit zicht verdwijnen.
Ik wist niet dat ik zo veel liefde kon voelen, dat ik me zo onvoorwaardelijk voor deze kinderen zou kunnen en willen geven. Dat deze reis zo rijk zou zijn had ik niet durven dromen.
Ik troost me met een wijsheid die me ooit door een metgezel van mijn oma in haar verpleeghuis is verteld: de pijn kan alleen maar groot zijn als het geluk van het samenzijn minstens zo groot is geweest. En dat neemt niemand ons meer af.
 
Die avond hebben we ons grote mensen feestje, een paar quotes volstaan:
Dangka: ‘True you being here I realised again, and not only realised but really felt, how important it is to enjoy life. After my sad period in life (ze is recentelijk genezen van een gemene borstkanker) I had fun again and it made me realize that there is so much more to life that worries.'
Grace: ‘The children really felt taken care of, and they never experienced that before. So after you are gone I'm waiting for the moment they take care for each other. Cause once you feel how much caring can mean you start to care. That's what I hope. And aspect.'
Mama: ‘I don't want to cry. Hmm. Crying means nothing to me! I don't care for crying. No. Crying is not good for my health. Hm Hm. That's what the doctor said. It's not good for my blood pressure. No. I'm not allowed to cry! So. Simple as that. That's why I drink!'

De volgende ochtend gaat de wekker. Het is vroeg.. ik ben moe.. pff haan.. wat moeten we vandaag doen.. NEE!
Dag mama.
Dag papa.
Dag hanen.
Dag brandstapels.
Dag geroosterde kip.
Dag suiker overal.
Voor het laatst in de jeepny, voor het laatst met Dangka en Grace. Als verrassing is ook Chabelita mee uitzwaaien. Dangka vertelt dat ze die ochtend om 7 uur voor de deur stond en zei:
‘Ik loop altijd weg bij een afscheid, ik wil er niet zijn, het is te moeilijk, ik voel me dan zo rot. Maar nu voelt het anders, nu moet ik er zijn, het is belangrijk dat ik er zo veel mogelijk bij ben. Ik wil mee.'
‘Oke meisje, maar het is nog heel vroeg, kom straks maar terug oke?'
‘Oke'
1 minuut later.
‘Tita.. nu dan?'

Dag lieve mooie Chabelita, pak je kansen meisje.
Dag lieve Grace.
Dag lieve Dangka.
Dag bitterzoet Negros.
Tot ziens. Tot snel. Halong gid. Halong.  

Wij spelen toneel en de wereld beweegt.


31-01 tot 09-01

Daar gaan we. De voorstellingsweek in. De laatste week in. Publiek, feest en afscheid wacht op ons.
De kindjes wachten ook op ons. Wanneer we zondagochtend vroeg hebben afgesproken om op de eerste plek te gaan spelen, een kerk in Handumanan, is er niemand. Vreemd. Dat ze een slecht besef van tijd hebben was ons wel al duidelijk maar dit draagt toch wel een groot belang met zich mee en dan zijn ze over het algemeen te vertrouwen. Willen ze toch niet? Hebben we iets niet gemerkt?
Dangka is ook, als altijd, laat maar verteld dan dat ze die nacht allemaal om 4 uur ‘s nachts al voor haar huis stonden!
‘Tita Dangka! Tita! Ze zijn er niet.. er is niemand in de kerk, ze zijn te laat!'.
Ja, wanneer je daarna weer gaat slapen ben je natuurlijk nooit ‘per ongeluk' op tijd wakker om 07.30.
Gelukkig zijn ze snel bij elkaar. 
De zaal is veel en veel te groot voor onze kleine straatratjes maar ze doen hun uiterste best en wij zijn oppertrots. Diezelfde dag spelen we ook in Cameroli Church, de kerk waar we altijd repeteren en waarvan we vaak voelen dat onze vieze kindjes wel door god maar niet door het kerkpersoneel geliefd worden. Best spannend.
‘Perfect! Perfect! That was perfect!' roept Dangka euforisch nadat de presentatie is afgelopen. Het publiek is geraakt en zelfs het kerkpersoneel verliest iets van haar stijfheid.
Het is heerlijk om te spelen, erkent te worden, de hele dag samen te zijn en van plek naar plek te reizen in een gehuurde jeepny.  Het voelt alsof we op tour zijn en nooit zullen stoppen met rijden.
Rij maar, rij maar door!

Maandag hebben we performance in de Felisa basisschool, een mooi kans om met onze kinderen voor kinderen te spelen.
Moeder natuur steekt er een stokje voor, of beter, een schokje voor.
Narhea en ik zijn die ochtend niet samen vanwege praktische regeldingen. Ik doe de boodschappen voor de performance dagen, het afscheids  kinder en grotemensenfeestje, en sta in een hele grote mall wanneer ik me draaierig voel worden. En nog een keer.
Het lijkt wel alsof de vloer beweegt. Er valt iets uit een schap. Er komt iemand naar me toe gerent. Ik draai me om. Iedereen rent de winkel uit. Muren knarsen. Grote lampen zwiepen boven mijn hoofd heen en weer. Ik heb geen idee wat er gebeurt. Iedereen rent naar buiten. Is het buiten veilig? Ik ren. Waar is Narhea? Zou ze dit ook voelen? Wat gebeurt er? Is het alleen de supermarkt? Nee, dat kan niet. Of? De grond onder mijn voeten is onveilig, ze zwiept traag heen en weer als een logge veerpont. Buiten loop ik snel naar een punt waar ik de zee kan zien. Die is er nog. Oke, geen tsunami nu. Mijn boodschappen en spullen staan nog binnen. Wat was dat?
Wanneer de aarde weer stil staat lijkt de tijd terug te draaien en voor een paar minuten handelt iedereen alsof er niets gebeurt is. Ik loop naar binnen om mijn boodschappen op te halen , de caissières gaan achter hun kassa's zitten, ik maak een praatje met de vrouw voor mij in de rij en dan zakt de realiteit. De mall wordt gesloten, iedereen grijpt naar zijn telefoon, mensen beginnen te huilen.
Een aardbeving. 6.8 op de schaal van 10. Ik denk aan de kindjes, waar zijn ze? Narhea? Grace, Dangka? Alle bamboe huisjes van mensen die ik lief heb en aan Nederland. Aan mensen en de wereld. Wat zijn we klein en arrogant, we denken zo veel te kunnen, zo veel te weten, de macht te hebben. Maar de aarde laat een boertje en we staan machteloos.

Wanneer ik in de kerk aankom komen de kinderen al op me afgerend ‘Chris! Chris Earthquake!! Where is Narhea? Are you ok?'. Gelukkig, ze zijn ongedeerd!
Alleen Parker is er niet en uit de gebaren en lossen woorden begrijp ik dat hij ook niet thuis geslapen heeft en ook niet op school was. Dat beloofd niet veel goeds.
Dan belt Grace om te vertellen dat alle scholen vrij zijn vanwege de verwachtte naschok, heel erg  jammer.
Na wat heen en weer gebel weten we te organiseren dat ze niet vandaag maar morgen toch mogen spelen en zelfs onder schooltijd. Dat is heel fijn. Geen voorstelling vandaag dus, wel samen eten en die momenten van samen zijn zijn fijn. Samen, dichtbij en vasthouden op deze bewogen reis.
De naschok en het afgeroepen tsunami alarm vallen gelukkig  reuze mee. Maar spannend is het wel.

De laatste speeldag spelen we op twee plekken, de ochtend in Felisa, de middag in Uno-R.
Wij zijn een uur te vroeg gekomen om nog wat dingen te regelen en alle kindjes zijn er al! Parker is er ook. Goddank. Zijn verhaal doet me huilen. In een opwelling heeft zijn vader gister zijn keel  bijna te dicht geknepen (dat is te zien) waarna hij is weggelopen. Ik word er woest van. Wie heeft het recht dit jongetje zo hard te maken? Zo te beschadigen? Maak mijn mannetje niet kapot! Maar het enige wat ik kan doen is blij zijn dat hij er is en zich laat aanraken. Dat hij zijn net opgeschoren haar (waardoor ik ook zie dat hij met een naald een gat in zijn oor heeft geprikt dat is gaan ontsteken) laat aaien, zijn ogen sluit en weg doezelt op mijn schoot. Slaap maar ventje, en hou alsjeblieft heel veel van jezelf.

De ochtend performance in Felisa is een kleine ramp, de middag performance in Uno-R (een prive universiteit) een klein wonder.
In Felisa zijn ze ongeconcentreerd, krijgen we ze niet bij elkaar en gaan ze zelfs ruziën met de schoolkinderen. Grace is voor het eten zorgen en zonder vertaler is er geen beginnen aan.
Terug in de jeepny zakt de energie en een voor een vallen ze in slaap. Ken wordt zwaarder en zwaarder op mijn schoot, ik doe ook mijn ogen dicht. Dan voel ik dat Makoy mijn hand pakt, op Ken gaat liggen en mijn hand over zijn schouders heen op zijn hart legt. Makoy, onze lijmsnuiver en vechter, die we weg hebben gestuurd omdat hij echt onhandelbaar was. Tegen lijm kan je niet praten. Maar hij is teruggekomen, 180 graden omgeslagen en doet mee. Grace kijkt met grote ogen en ik voel ook dat het heel bijzonder is wat hier gebeurd. Ik knijp in zijn hand en hij knijpt terug. Woordeloos.    

Die middag zijn we ook samen, we eten, slapen en dansen in de regen. We spelen klapspelletjes tot Mac Grey (ons ‘special child' van 17 jaar) het geheel tot een stop roept en verontwaardigd zijn handen komt laten zien die rood zijn van het vele klappen.

Dan vertrekken we naar Uno-R. We spelen op een echt groot podium.  Met lampen. De laatste keer.
Ogen worden groot en er is volop aandacht en geduld.  Dit is belangrijk. Ze willen stralen, trots zijn en ons trots maken. En dat doen ze. Allemachtig prachtig! Ja ja ja!
Uno-R ontvangt ons met open armen en een heel voorbereidt programma. Het publiek is vol lof en aandacht. Mooie studenten meisjes lopen weg met onze straatschoffies die daardoor meters groeien waar we bij staan. Ik ben ze heel erg dankbaar. Wat een mooie afsluiting.

We speculeren over de optie om 1 tot 3 kinderen een nacht mee naar huis te nemen, een nacht warm en veilig te bieden. Ik zou niets liever willen maar hak uiteindelijk de knoop door het niet te doen. 3 kinderen meenemen betekend namelijk 11 kinderen niet meenemen en dat zou niet eerlijk zijn. Die nacht geeft ze niets vergeleken met de gift van het samen zijn. De groep wordt steeds hechter en hechter. Natuurlijk zwaaien ze regelmatig hun slipper naar elkaar maar ze gaan ook voor elkaar door het vuur. Samen zijn ze goud. Samen staan ze sterk.
Ik hoop dat dat is wat we achter laten. Een sterk samen en zorgen voor elkaar.Maandag hebben we performance in de Felisa basisschool, een mooi kans om met onze kinderen voor kinderen te spelen.
Moeder natuur steekt er een stokje voor, of beter, een schokje voor.
Narhea en ik zijn die ochtend niet samen vanwege praktische regeldingen. Ik doe de boodschappen voor de performance dagen, het afscheidskinder engrotemensenfeestje, en sta in een hele grote mall wanneer ik me draaierig voel worden.
En nog een keer. Het lijkt wel alsof de vloer beweegt. Er valt iets uit een schap. Er komt iemand naar me toe gerent. Ik draai me om. Iedereen rent de winkel uit. Muren knarsen. Grote lampen zwiepen boven mijn hoofd heen en weer. Ik heb geen idee wat er gebeurt. Iedereen rent naar buiten. Is het buiten veilig? Ik ren. Waar is Narhea? Zou ze dit ook voelen? Wat gebeurt er? Is het alleen de supermarkt? Nee, dat kan niet. Of? De grond onder mijn voeten is onveilig, zwiept traag heen en weer als een logge veerpontBuiten loop ik snel naar een punt dat ik de zee kan zien, die is er nog, ok, geen tsunami nu. Mijn boodschappen en spullen staan nog binnen. Wat was dat?
Wanneer de aarde weer stil staat lijkt de tijd terug te draaien en voor een paar minuten handelt iedereen alsof er niets gebeurt is. Ik loop naar binnen om mijn boodschappen op te halen (de domste beslissing van mijn leven?vraag ik me af), de caissières gaan achter hun kassa's zitten, ik maak een praatje met de vrouw voor mij in de rij en dan zakt de realiteit. De mall wordt gesloten, iedereen grijpt naar zijn telefoon, mensen beginnen te huilen.
Een aardbeving. 6.8 op de schaal van 10. Ik denk aan de kindjes, waar zijn ze? Narhea? Grace, Dangka? Alle bamboe huisjes van mensen die ik lief heb en aan Nederland. Wat zijn we klein en arrogant, we denken zo veel te kunnen, zo veel te weten, de macht te hebben. Maar de aarde laat een boertje en we staan machteloos.

Wanneer ik in de kerk aankom komen de kinderen al op me afgerend ‘Chris! Chris Earthquake!! Where is Narhea? Are you ok?' Alleen Parker is er niet en uit de gebaren en lossen woorden begrijp ik dat hij ook niet thuis geslapen heeft en ook niet op school was. Dat beloofd niet veel goeds. Dan belt Grace om te vertellen dat alle scholen vrij zijn vanwege de verwachtte naschok, heel erg jammer.
Na wat heen en weer gebel weten we te organiseren dat ze niet vandaag maar morgen toch mogen spelen en zelfs onder schooltijd. Dat is heel fijn.
Geen voorstelling vandaag dus, wel samen eten en die momenten van samen zijn zijn fijn. Samen, dichtbij en vasthouden op deze bewogen reis.
De naschok en het afgeroepen tsunami alarm vallen gelukkig reuze mee. Maar spannend is het wel.

De laatste speeldag spelen we op twee plekken, de ochtend in Felisa, de middag in Uno-R.
Wij zijn een uur te vroeg gekomen om nog wat dingen te regelen en alle kindjes zijn er al! Parker is er ook. Goddank. Zijn verhaal doet me huilen. In een opwelling heeft zijn vader gister zijn keel bijna te dicht geknepen (dat is te zien) waarna hij is weggelopen. Ik word er woest van. Wie heeft het recht dit jongetje zo hard te maken? Zo te beschadigen? Maak mijn mannetje niet kapot! Maar het enige wat ik kan doen is blij zijn dat hij er is en zich laat aanraken. Dat hij zijn net opgeschoren haar (waardoor ik ook zie dat hij met een naald een gat in zijn oor heeft geprikt dat is gaan ontsteken) laat aaien, zijn ogen sluit en weg doezelt op mijn schoot. Slaap maar ventje, en hou alsjeblieft heel veel van jezelf.

De ochtend performance in Felisa is een kleine ramp, de middag performance in Uno-R (een prive universiteit) een klein wonder.

In Felisa zijn ze ongeconcentreerd, krijgen we ze niet bij elkaar en gaan ze zelfs ruziën met de schoolkinderen. Grace is voor het eten zorgen en zonder vertaler is er geen beginnen aan.
Terug in de jeepny zakt de energie en een voor een vallen ze in slaap. Ken wordt zwaarder en zwaarder op mijn schoot, ik doe ook mijn ogen dicht. Dan voel ik dat Makoy mijn hand pakt, op Ken gaat liggen en mijn hand over zijn schouders heen op zijn hart legt. Makoy, onze lijmsnuiver en vechter, die we weg hebben gestuurd omdat hij echt onhandelbaar was. Tegen lijm kan je niet praten. Maar hij is teruggekomen, 180 graden omgeslagen en doet mee. Grace kijkt met grote ogen en ik voel ook dat het heel bijzonder is wat hier gebeurd. Ik knijp in zijn hand en hij knijpt terug. Woordeloos.

Die middag zijn we ook samen, we eten, slapen en dansen in de regen. We spelen klapspelletjes tot Mac Grey (ons ‘special child' van 17 jaar) het geheel tot een stop roept en verontwaardigd zijn handen komt laten zien die rood zijn van het vele klappen.

Dan vertrekken we naar Uno-R. We spelen op een echt groot podium. Met lampen. De laatste keer.
Ogen worden groot en er is volop aandacht en geduld. Dit is belangrijk. Ze willen stralen, trots zijn en ons trots maken. En dat doen ze. Allemachtig prachtig.
Uno-R ontvangt ons met open armen en een heel voorbereidt programma. Het publiek is vol lof en aandacht. Mooie studenten meisjes lopen weg met onze straatschoffies die daardoor meters groeien waar we bij staan. Ik ben ze heel erg dankbaar. Wat een mooie afsluiting.

We speculeren over de optie om 1 tot 3 kinderen een nacht mee naar huis te nemen, een nacht warm en veilig te bieden. Ik zou niets liever willen maar hak uiteindelijk de knoop door het niet te doen. 3 kinderen meenemen betekend namelijk 11 kinderen niet meenemen en dat zou niet eerlijk zijn. Die nacht geeft ze niets vergeleken met de gift van het samen zijn. De groep wordt steeds hechter en hechter. Natuurlijk zwaaien ze regelmatig hun slipper naar elkaar maar ze gaan ook voor elkaar door het vuur. Samen zijn ze goud. Samen staan ze sterk.
Ik hoop dat dat is wat we achter laten. Een sterk samen en zorgen voor elkaar.

Over het onvermogen je over te geven en gewoon over het leven.

Van 24/01 tot 30-01

De afgelopen week is een wederom een veelbewogen geweest. We zijn losgeschud en blijven schudden.

Dinsdags (de dag na het zwembad) zijn we naar de Green Lagoon geweest. Een oase van rust. Ooit heeft het de ambitie gehad om een toeristische trekpleister te worden, maar iemand heeft de laatste steken laten vallen en het geheel vervolgens nooit meer opgeraapt.
Voor ons is het heerlijk, uit de stad.
Een dag in schone zeelucht, ruimte, rust en enkel gekabbel, getjirp en gefluit als geluid.
Hier komen we weer een beetje in aanraking met onze eigen persoonlijke energie en daarmee komt het besef dat we dat in ons dagelijks leven nooit komen. Nooit zijn we alleen. Nooit is er rust. Nooit is er stilte.
En nu ik begonnen ben met voelen en de zintuigen op ‘aan' zijn gezet, komen de krijsende hanen vanaf vier uur ‘s nachts hun lied laten horen en de dampende afvalwolken van alle brandstapels die in de ochtend onze kamer binnen drijven harder binnen en ben ik de vieze onrust bij tijd en wijlen kots en kots beu.

Die nacht wordt Narhea ziek, en niet een beetje; ijlende koorts. De climax zit in de nacht en de volgende dag is de koorts verdwenen maar het herstel is traag. Haar lijf lijkt te vechten tegen loslaten,  adem halen en extremen voelen.
Na twee dagen val ook ik letterlijk om in de repetitie, gepaard met spuug zin en hoofdpijn. Ik laat mijn drukpunten door de Filipijnen onder handen nemen en voel dat er vanalles niet op zijn plaats zit, na één nacht verhoging en en één dag wankelen ben ik er weer bovenop en voel ik me kwieker dan ooit. Mijn bed (waar ik volgens mij nog niet van heb geschreven dat dat enkel een bedframe is) ligt zelfs lekker en ik slaap. Heel fijn. Heel welkom.
Maar Narhea kwakkelt door en dat is zorgwekkend, toch maar naar de dokter. Waarschijnlijk een ontsteking die gestaag door haar holtes trekt, antibiotica. Geen zorgen.
Goede hoop maar eerst  afwachten.

In mijn eerste verhaal schreef ik het al, alles zit hier vol van tegenstellingen. En ze blijven maar terug komen. Een groot thema hier is contact. Om ons heen, tussen ons samen en met onszelf.
Zo ook onze kindjes.
De ene dag voelt werken als thuiskomen en slik ik meerdere keren tijdens een repetitie mijn tranen in van trots en geluk.
De volgende keer zit ik met mijn handen in het haar, laten de kinderen me geen strobreed binnen en voel ik dat ik er nooit wezenlijk bij zal kunnen.
Deze muren en maskertjes, dit over-leven op straat.

Toch hebben ze met volle overtuiging mijn hart veroverd en voel ik diepe genegenheid tegenover deze vechtertjes in hun vreemde milieu. We kúnnen er ook niet bij.
Ken bijvoorbeeld, die zich op maandag in Narhea's armen over het water laat dragen, zit verderop in de week drie dagen in de bak omdat hij na de avondklok nog op straat slingert.
Als hij weer in de workshop verschijnt vertelt hij, ‘Ik zag een witte vrouw in de gevangenis en dacht dat jij me kwam halen, toen zag ik dat je het niet was en moest ik ervan huilen' in het Illongo mompelt hij vervolgens tegen Grace dat ik als een moeder voor hem voel en in het Engels zegt hij, ‘I missed you'. Kereltje, ik koester je.

Ik  wil ze stuk voor stuk een gouden toekomst vol geluk beloven maar het geweten speelt daagt op en klopt luid op de deur.
Wat hebben deze kindjes eraan dat ze zich even wel veilig voelen? Even tegen iemand aan mogen kruipen? Wat levert het ze op dat ze ineens per ongeluk in contact (durven te) komen?
Wij vertrekken weer, dat weten ze, en daarom is er (bij de een meer dan bij de ander maar toch) een constante meting, berekendheid. ‘Hoeveel ga ik jou vertrouwen voordat je mij, net als de rest van de wereld, in de steek laat. Want dat je dat gaan doen weet ik heus wel en probeer me maar niet voor de gek te houden.'

De presentatie begint vaste vorm te krijgen, gedragen door een groep van 8 trouwelingetjes en 7 op-en-af-komers. Het repeteren is lastig en voelt als ‘moeten' maar wanneer iets eenmaal staat en ze hun eigen waarde (en eigenwaarde) voelen wint de trots het met vlag en wimpel.
Wanneer ze in slow motion een piramide weten te bouwen knap ik van trots bijna uit elkaar. De kracht van theater, van samen zijn, samen spelen en samen applaus ontvangen is magisch.

Gister (29-01) was het ‘Santa Ninjo', het feest van het kind. Een grote beleving waar op straat wordt gedanst, eten wordt gedeeld en de kinderen worden vereerd.
Tijdens de mis worden alle kinderen gezegend en tijdens die zegening ontvangen ze applaus n.a.v. hun kostuum. De drie kinderen met het grootste applaus krijgen een prijs 300, 200 of 100 pesos (6, 4 of 2 euro). Onze kindjes improviseren hun kostuum door zichzelf roetzwart te verven met een mengel van water een kool. Een mooi gezicht. Met succes, Dave is eerste en Parker tweede, feest!!
Het plezier en de stralende kinderkoppies, kattenkwaad en trommels brengen iedereen in een goede bui.

Maar het is ook krom, deze dag op het feest van het kind mogen de kinderen absoluut niet vergeten worden. Alle andere 364 dagen per jaar wel.

Karma speelt een machtig spel. Ziekenhuis, radio en zwemplezier.

16-01-2011 tot en met 23-01-2012

In mijn vorige verhaal schrijf ik hoe de realiteit langzaam tot me door dringt. Langzaam. Nadat ik (slechts enkele malen) bij dat gevoel kwam was ik er ook telkens als de wiedeweerga weer van weg. Zoals ik beschrijf dat ik me soms bij de kinderen pas van een masker bewust ben op het moment dat het per ongeluk afvalt, zo betrap ik mijzelf daar ook op. Tot er geen ontsnappen meer aan is.
Op vrijdagochtend kletsen we over dit vreemde gedrag onder het genot van een kopje koffie. Dat het haast zo lijkt te zijn dat de mensen die vanuit Nederland meelezen zich meer laten raken dan wij. Wij zitten er natuurlijk midden in, we werken met kinderen die in een stand van overleven geprogrammeerd zijn en komen er zo onbewust ook zelf in terecht.
Maar karma speelt haar spel machtig, want vrijdagavond staan we in een ‘public hospital' -dat een overschot aan mensen maar een groot gebrek aan ruimte of hoop heeft- letterlijk te vechten voor het leven van Bart, een van onze schoffies.

Bart is opgenomen met een al gescheurde blindedarm. Nadat de arts op zondag de verkeerde diagnose stelt loopt hij er nog vier dagen mee rond voor de pijn zo ondragelijk is en de koorts zo hoog stijgt dat zijn moeder hem naar het ziekenhuis brengt op vrijdagochtend. Wij horen dit nieuws op vrijdagmiddag. Ook horen we dat hij nog niet is geopereerd, dat de medicijnen wel aanwezig zijn, dat niemand weet waarop ze wachten en dat de toestand zeer kritiek is.
We gaan er direct naartoe, misschien is het een arrogante westerse gedachte, maar als we IETS kunnen doen om dit jongetje bij ons te houden doen we het. Eerst helderheid.
Helderheid: Bart staat op de wachtlijst. Er is één dienstdoende ‘spoed' chirurg en één operatiekamer en vier wachtenden voor hem.
Bart ligt op zaal tussen heel veel zieken mensen van jong tot oud, er staan vele ventilatoren op volle toeren bacteriën te verspreiden. De slagader in zijn hals slaat razendsnel, zijn voorhoofd druppelt van de koorts, zijn gezicht verkramp, zijn ogen huilen wel maar zeggen niets meer. Kindje kindje, blijf hier, blijf hier.
We mogen een arts spreken, die met een schampere arrogantie uit legt dat ze ‘heus mevrouw' om hun patiënten geven maar er nu eenmaal gebreken zijn als er niet genoeg geld is om de patiënt naar een privé kliniek te brengen. Dus Bart kan misschien vanavond, misschien morgenochtend, misschien morgenmiddag of misschien pas morgenavond geholpen worden. Dat hangt er natuurlijk ook nog vanaf of er andere spoedgevallen komen, mevrouw, als er hier voor de deur iemand wordt neergeschoten gaat hij natuurlijk voor.
Ja, meer dat begrijp ik maar..
Of als er een zwangere vrouw in nood is gaat ze ook voor.
Ja, meneer maar is dat nu aan de hand?
Nee maar wanneer het gebeurt zal ik daarnaar moeten handelen, en er zijn nog vier wachtenden die ook geholpen moeten worden.
Zijn die net zo kritiek?
Nee , niet net zo kritiek. Maarja, ze waren er eerder. Ziekenhuisbeleid mevrouw.
Zijn houding doet mijn bloed koken, ik voel de machteloosheid van de situatie en het gebrek aan geloof en hoop in de hele wijde omtrek, maar we houden vol. En het lijkt te helpen.. Wanneer de huidige patiënt uit de OR is zal hij met zijn team de situaties opnieuw opnemen en objectief naar de situatie kijken, en wie weet is Bart dan wel eerder aan de beurt.  
We blijven in beeld om de druk op te voeren. Het is flauw, maar ze zijn erg gevoelig voor het feit dat we uit het buitenland komen - ik wit ben - en we gedrieën (met Grace aan ons zij) ons mannetje staan in goed Engels.
En het werkt! Na een uur wachten is Bart als eerste op de lijst! JA! JA JA JA!!!
Als we echter van zijn moeder te horen krijgen dat er 1,5 uur later nog geen verandering is besluiten we nog één keer polshoogte te nemen. Het bezoekuur is voorbij dus we mogen er niet in. Na wat gedram mag ik alleen verder.
Het is een bizarre situatie. Als lange witte loop ik door gangen en zalen vol zieke mensen en voel ik me als een bliksemafleider op de laatste plek op aarde waar ik de aandacht trekken wil.
Bij de juiste afdeling komt de dienstdoende nurse direct op me af ‘hij wordt op dit moment klaargemaakt voor de operatie mevrouw'. Dus de chirurg is beschikbaar? Ja. De OR is vrij? Ja. Dus u kunt mij beloven dat de operatie binnen 15 minuten begint? Yes ma'm. Ok, salamat. Salamat Gid. Bart, zijn moeder en team witjas om zijn bed laat ik met rust maar ze zijn druk in de weer. Twee uur later horen we bericht; hij is de operatie uit en alles is goed gegaan.
Wanneer we de volgende dag na de workshop weer langsgaan is hij stabiel, zwak en ziek maar niet meer stervende. Opluchting. Adem, dankjewel.

Afgelopen week zijn we begonnen met filmmateriaal verzamelen voor de 2e Little Voices documentaire, met onze familie naar een aftands overheidspark in Mambucal  (dat zijn aantrekkingskracht heeft vanwege de vele watervallen, thermische grond en zwavelbronnen in de buurt) geweest,  hebben we onze derde werkweek gehad en zijn  we -niet te vergeten- met Little Voices op de radio geweest!!   

Het werken aan de documentaire is erg dankbaar werk en levert ons ook veel op. We mogen binnen kijken in de huizen van de kinderen, krijgen een eerlijke en kwetsbare blik in hun leven. Momenten van aandacht voor één iemand en het belang om een eigen verhaal in rust aan de wereld te vertellen zijn waardevol.
Zo vinden we Chabelita slapend op haar bamboe vloer, net wakker is ze puurder dan ooit. Wij mogen dichterbij. Maar ik voel ook het verwijt en de angst om weer verlaten te worden, en die angst is reëel. Wij kunnen haar - en de anderen - geen blijvend veilig bieden, dus waarom zouden ze zich open stellen?
Soms voelt het geheel aan als een losgeslagen, onaanraakbare, kudde gewonden olifanten.
Maar wanneer we leren dat die ene onhandelbare jongen twee jaar geleden non stop de boel kort en klein sloeg en die andere grote mond een jaar terug nog andere kinderen zo veel angst aanjoeg dat ze er niet van naar de workshop durfde te komen, laten we ons oordeel weer varen en zien we proberende kinderen die in ieder geval en in de eerste plaats plezier maken met elkaar.
Wanneer we voor het radio interview oefenen horen we dat terug; ‘ik ben blij met Little Voices omdat ik nu in de buurt ook durf te praten en te dansen, ik ben niet meer bang' en ‘ik ben blij met Little Voices omdat ik leer hoe ik met andere kinderen om kan gaan en hoe ik me moet gedragen'.
Als je op jezelf aangewezen bent, wanneer jij niemand hebt om rekening mee te houden en niemand rekening met jou houdt, waarom zou je dan?
 
De radio. Tukib Negros. We hebben vier vuilnisbakjes gekozen om mee naar de radio te mogen, spannend, belangrijk en heel erg leuk. Op Filipino tijd hebben we ze laten beloven om om 09.00 bij de kerk te zijn, zelf zijn we 09.30 en 09.50 moeten we echt vertrekken. Tegen alle verwachting (en eerdere ervaring) in staan ze alle vier keurig klaar wanneer wij om 09.30 aan komen rijden! ‘Tita Chris, Tita Narhea, you are late! You are late!' Ze hebben allemaal slippers aan en kleren (hoewel kapot) zonder vlekken. Nerveuze koppies. Allemachtig prachtig.
Het interview is heel erg leuk, we vullen alles bij elkaar misschien wel 1,5 uur! De aandacht ligt wat veel op ons als buitenlanders dus die proberen we te verleggen, zo komen de kinderen goed aan het woord. Het is een mooi gezicht.
Vier schoffies keurig op rij, zonder bed of zelfs huis, maar mét microfoon. Zij zijn belangrijk, en worden gehoord, al is het maar eventjes.
We promoten druk en hebben duidelijk de interesse van het radiostation. We zenden onze contactgegevens uit en krijgen gelijk een berg positieve berichten over de sms vanuit de hele Filipijnen! Dit is goed voor Little Voices, misschien voor later, in ieder geval voor de kleine stemmen van nu.

Ook zijn we begonnen aan de presentatie en dat beloofd een heel leuk te worden. Beatbox, breakdance en wensen wisselen af met de werkelijkheid. Ik ben heel nieuwsgierig en heb heel veel zin om te gaan spelen! Kom! Kijk! Luister!

Als afsluiting van dit verhaal zijn we ook nog met de kinderen naar het zwembad geweest. Een echt zwembad. Met 16 kinderen en 4 volwassenen in een gehuurde Jeepny, gillend van pret over een hoge weg.
Aangekomen bij het recreatiepark (het enige zwembad in de buurt met gepaste omheining, iets wat met deze kinderen toch echt moet moet moet..) stormen ze de douches in. Er is een haast euforische verwondering en blijdschap. Zo echt en opgetogen, ‘Een douche! Een douche! Kijk! Ik sta onder de douche! Een douche!!', het hele park schalt van groot kindergelach. Ontroerend.
Er wordt wild gesprongen, feest gevierd in het water, trucs gedaan, van onze schouders gedoken, spelletjes gespeeld. Niemand valt en niemand maakt ruzie.
Niet iedereen kan zwemmen, dus Narhea en ik zijn schipper en één voor één geven de kinderen zich over en laten zich helemaal ontspannen door het diepe water dragen. Mooi.
Ook mooi zijn de blote billen van de constant afzakkende zwembroeken, nog mooier de gulzigheid en eeuwig de dankbaarheid. Nog nooit is het voorgekomen dat ze allemaal aten en drinken zonder dat  minstens drie aapjes zich eerst over ons bekommeren door ons een groot stuk kip met vieze handen en vragende ogen onder de neus te duwen.
Terug in de jeepny geeft de euforie zich over aan slaap en kruipt zelfs de grootste mond voorzichtig tegen mijn schouder.

APE-TROTS.

Over liefdesliedjes, niemandsland en een heel veel houden van.

Er knaagt een steen onderin mijn buik. Een zware steen met ruwe randjes die zijn tanden vastbijt in mijn ingewanden om mij eraan te herinneren dat we hier veel te kort zijn om zo veel lief te hebben. Diezelfde steen daalde in mij af met het plotse besef van ooit weer een vertrek. Het achterlaten van ons Mami en Papi en boven alles onze straatschoffies.

De schrijnende realiteit begint heel langzaam tot me door te dringen, de ogen van de vechtertjes spreken boekdelen. Slechts een enkeling heeft ze echt open. Veel van hen ontvluchten de wereld in een trip van lijm op de dagen dat we niet spelen en dat is voelbaar. Soms ben ik me pas van hun maskers bewust op de  -te zeldzame- momenten dat ze per ongeluk afvallen. Maar geef ze eens ongelijk. Je eten verzamelen door per kilo speciaal geselecteerd afval in te leveren (waarvan ik de regels niet helemaal begrijp, maar wel dat ze 7 pesos per kilo krijgen; ongeveer 13 euro cent) is geen kind zijn. En nog minder kind zijn is zorgen voor je werkeloze vader die is gaan drinken toen je moeder stierf. Maar jij was toen 3 en nu 12, dus je gaat door.
We kunnen in deze tijd een heleboel betekenen en tegelijk niets.

Onze tweede werkweek zit erop, de groep begint een vaste vorm aan te nemen en er is absoluut sprake van vooruitgang en een groeiend belang.

In de midweek-weekend-break van deze week hebben we een nacht op het plattenland geslapen. In Alacapa. Een uur met de bus het binnenland in, tien minuten met een tricycle over modder-hobbel-buffel pad, waarna de berg voor de tricycle te steil wordt en je enkel nog te voet verder kan ontluikt er ineens een kleine nederzetting tussen de suikerrietvelden. Op de zijkant van een kleine berg met uitzicht op de vulkaan. In deze tien hutjes wonen twee families en een van deze families is Wanda's host-familie sinds de eerste keer dat zij, toen ze 16 was, de Filipijnen bezocht.
De twee dagen dat we daar zijn maken indruk op me. Het lijkt haast een regel; hoe beperkter de leefomstandigheden hoe warmer de mensen.
In beide families is er slechts één meisje die gebrekkig Engels spreekt. Rowena is 21 jaar en moest wegens financieele problemen met school stoppen. Ze heeft (uit eigen keuze) nog geen man en verveelt zich. Haar leven hier bestaat uit opstaan, eten, wassen, koken, afwassen  en slapen. Ze is dan ook zo enthousiast over ons bezoek dat we bij vertrek een hartverwarmende brief van twee kantjes mee krijgen waarin ze beschrijft hoe dankbaar ze is en hoe erg ze ons zal missen. De verlangens zijn in strijd met de realiteit maar in het geheel lijkt (op veel plekken en situaties die we hier op de Filipijnen om ons heen tegen komen) wel een soort berusting te zijn. Zo is het, dus we maken er het beste van. De bescheidenheid die hier zo belangrijk is blinkt overal in uit en brengt een onmenselijke gastvrijheid met zich mee, onmenselijk (of beter, onwesters) maar geheel oprecht. Eigen (harde bamboe) bedden worden afgestaan, het voedsel wordt gedeeld, vruchten uit bomen getrokken en buffels om op te rijden tevoorschijn getoverd.
Dat de wc een gat in de grond is die door beide families wordt gebruikt, waar de kwaliteit van de ‘vloer' die jou van de drekput scheidt bijzonder twijfelachtig is en het zeiltje dat het geheel omspant te laag om je op je gemak te voelen (tussen alles wat om je heen vliegt) deert ons al niets meer.

Vreemd hoe snel je je aanpast. Hoe je van te voren (in Nederland) over dingen na denkt en fantaseert en groter maakt maar wanneer het echt gebeurt, gebeurt het en is het niet meer dan de situatie daar op dat moment waar jij toevallig deel van uitmaakt.

Zo is het leven hier ‘gewoon' leven geworden, al binnen twee weken. We hebben onze eigen mensen om ons heen, werk, een familie en afgelopen zaterdag zelfs een zakenlunch met (ja heus!) de grootste Filipijnse radio omroep..
Op weg naar Alacapa op het platteland, nadat Narhea uitgebreid de aandacht had getrokken door zich als jeepnyconducteur voor te doen en roepend over straat liep werden we in de jeepny aangesproken door een vrouw. Wie zijn jullie? Wat doen jullie? Waarom? Na een kort gesprek haalt ze haar kaartje tevoorschijn en stelt ze zich voor, een paar dagen later zijn we zakenlunch en volgende week staan we met Grace en drie schooiertjes in de studio voor Little Voices!!! YES! Kippenvel.
Dolgraag willen we meer aandacht voor deze kleine stemmen, deze kinderen die (zoals hun lijflied ook beschrijft) zichzelf door de bittere realiteit heen lachen.
Ze groeien, gaan echt vooruit. Leren de (nieuwe) regels van het theaterspel kennen en krijgen plezier in het begrijpen hiervan. Concentratie groeit samen met de kwaliteit van ‘scenes' en expressie. Babbelende monden worden geconcentreerde ogen en fladderende lijven komen op twee voeten. Alles nog minimaal, maar de aanzet is er. En die voelt groot. Trots.

Zondag zijn we mee geweest met vuilnis rapen, de ‘dumpside'  waar de kinderen werken ligt (gelukkig) aan zee, dus er is iets van frisse lucht. Het is prachtig om te zien hoe inventief ze zijn, ze vinden een kapot bord en spelen er eten op. Daar hebben ze ook echt lol in. Ontroerend is hoe Pepe met een stuk bamboe, een touwtje en het onderstel van wat ooit een speelgoedvrachtauto is geweest zijn eigen trekkar heeft gemaakt en deze overal mee naar toe neemt en indien nodig met  gepast geweld zal beschermen. Of hoe Ken in de kring verteld over wat hij mee heeft gebracht als  dierbaar object van thuis: een roze pluche hondje dat tegelijkertijd een tas is. Ken mocht het van zijn moeder niet houden omdat hij het tussen het vuilnis had gevonden en het te vies was, maar hij heeft het grondig gewassen en toen mocht het toch. Hij houdt van het hondje en het doet hem denken aan zijn moeder die hem, niet veel later, verlaten heeft en in Manilla is gaan wonen.  
Het lijkt alsof ze langzaam echt dichterbij durven te komen. Zoals een ielig ventje dat naast mijn voeten zit terwijl ik staand op een bank overzicht probeer te houden tijdens een ‘ zo dicht mogelijk bij persoon A en zo ver mogelijk van persoon B' oefening. Ik zie hem naar mijn voeten kijken en voel dat hij zijn hand op mijn rechtervoet legt en er zacht over begint te wrijven, dan schuift zijn blik weer naar de spelvloer maar begint hij zachjes aan een velletje op mijn voet te trekken. Zoals mijn zusje dat deed bij het velletje tussen duim en wijsvinger en veel kinderen bij de elleboog van hun moeder.
Met veel plezier (anne maria koekoek) winnen we vertrouwen en is er steeds meer mogelijk (meubels verplaatsen en elkaar gebinddoekt door de ruimte leiden).

Zo vliegt de tijd voorbij. Vanaf volgende week gaan we ons echt richten op de ‘productie'. We spelen sowieso op 3 plekken maar we hebben er ook nog 3 zwevend in de lucht waarvan we hopen dat er nog minimaal een doorgaat.

In vergelijking met Nieuw-Zeeland is het niet de ruimte en de schone lucht die mij bindt maar de mensen, de mensen, de mensen. Een bezoek aan een dichtbijgelegen vulkaan wordt overgeslagen om dichter bij de kinderen en onze nieuwe familie te kunnen blijven. Ook om hoog in de bamboehut van de buurman naar zijn gitaarspel te luisteren en Illongo liedjes te leren, die we de dag daarna uitgeschreven met de tekening van een hand die bloed van de prikkels van een roos op papier toegeschoven krijgen. Dat de man al een vrouw en een kind heeft mag de pret niet drukken.  
En, eerlijk is eerlijk, het Filipijnse tempo samen met de Filipijnse ‘que sera sera' filosofie doet me goed. Even pas op de plaats. Even alles behalve haast.

Straatschoffies in de lachende stad.

02-01-2012 / 09-01-2012

De eerste Yoga, alleen naar de markt/stad/strand, en Little Voices(!) dagen. In verband met de voorstelling die we na terugkomst gaan maken hebben we een heus trainingsschema opgesteld. Yoga is daar een onderdeel van.
Ons huis is te klein om dit goed te kunnen doen en onze buurt te vol van mensen om niet onmiddellijk de aandacht te trekken. Maar achter ons huis ligt een basketbal buurtpleintje dat zich er (ondanks de vele voorbijgangers) toch wel erg voor leent.

Dus daar gaan we, iedere ochtend, wekker om 06.45..

Kleine uitstap:
Daday (mama): I heard your alarm this morning at 8am.. (veel betekende blik met afkeurende getuite lippen en een van haar vele ‘hmm' geluiden) Thats not how we do it here, you should get up much earlier (weer zo'n blik) 5.30 am or 6 at last. (Knikje en een ‘hmm' die ‘einde gesprek' betekend).   

Op het pleintje hebben we veel bekijks, maar alleen de kinderen durven echt dichtbij te komen en krijgen we zo ver om mee te doen. Tot we samen met een clubje bloedserieuze bata lalaki's en babaji's  (kleine jongetjes en meisjes) ons verwikkelen in boomhoudingen en armbalansen.

De kinderen houden aan! Als het droog genoeg is staan we om 07.30 klaar en blijven de meeste de hele cyclus (45 minuten) mee doen. Tong uit de mond en strekken.

Maar minstens zo mooi zijn onze schoffies. We hebben inmiddels meerdere middagen met ze gewerkt, gespeeld en gegeten. Ze hebben de concentratie van een sprinkhaan maar zijn nieuwsgierig, leergierig,  overdonderd en verwonderd. Tussen de tien en vijftien luizenbolletjes, vechtertjes, straataapjes.

Schaamte en verlegenheid is een groot thema op de Filipijnen en beide worden al goede eigenschappen beschouwd. In je eentje voor de groep staan  is in NL al een grote opgave maar hier enorm, terwijl  (wanneer je ze betrapt op een moment dat ze zich niet bekeken voelen en vooral wanneer ze iets na mogen doen en niet zelf hoeven te bedenken) ze een fascinerend breed scala aan expressie hebben.
Soms moeten ze streng toegesproken worden (en is een tweede stem die vertaald niet altijd even efficiënt) maar altijd verassen ze ons weer en ontroeren ze diep met hun ‘per ongeluk' grenzeloze overgave.
Het plezier, de warmte  - vuur. Genieten.
Wij genieten van hen, zij van ons.

We werken in het centrum, op de ´veranda´ van Cameroli Church. De kinderen stromen in groepjes binnen en wij  (met vier workshopleaders) ook.
Verkeer hier is een leerzame ervaring voor mijn geduld. Als een Jeepny van mening is dat tien mensen niet genoeg zijn om te gaan rijden, rijdt hij niet. En omdat je al betaalt hebt stap je niet in een van de vele jeepnys die je ondertussen (leeg) voorbij rijden.

Kleine uitstap:
De Jeepnyrit naar de eerste workshop.
Ik: Grace, does the Jeepny always take so long? We are late, why don't we go?
Grace: Don't worry, he's just not full.
Ik: (na een tijdje) Is it full now?
Grace: The driver can decide.
Ik: Ok. (Ik tik met mijn voet op de vloer, kijk heen en weer, geef de chauffeur ‘schiet op' blikken')
Ik hoor Grace aan de driver uitleggen dat we te laat zijn en dat dat vreemd is voor onze cultuur, waarop de driver (zo verteld Grace) naar zijn ‘conducteur' schreeuwt:
Schiet op! We vertrekken! Die witte is nu al ongeduldig! We gaan!

Maar het went, ons tempo van lopen is binnen een week al aanzienlijk vertraagd en om op tijd in het centrum te komen gaan we gewoon een half uur eerder van huis, of komen we te laat. Dat is gewoon zo en dat is goed. Txt Danka: ‘Ok lang! (vrij vertaald: geen probleem) don't worry, you're in the Philippines now'.

Het leven hier begint te zakken, ons eigen huis met eigen familie. Een echte Filipino familie. We hebben een heuse papa en mama, die zich zorgen maken als we te laat thuis komen of niet genoeg eten, die we in nood bellen als we een nummer op een pasje vergeten zijn,  samen met ons de was doen en deze ook opvouwen ‘zoals het wel hoort'.
Tante's Grace en Danka, die ons al kwebbelend aan de arm overal mee naar toe nemen.
De lola (oma) van het koffiebarretje naast de werk-kerk die achter haar bar vandaan komt en ons volgt op straat om ons op ons hart te drukken dat we goed op onze spullen letten. En de kinderen die hun cola met ons willen delen nog voor ze er zelf een slok van genomen hebben.
Wanda vertelde ons voor vertrek ‘de cultuur is anders ja, maar je gaat er niet voor de cultuur heen, niet voor de kleuren of mooie gebouwen, niet voor de natuur (hoewel die adembenemend kan zijn) maar voor de mensen'.

En dat is waar. Het aanpassen aan elkaar brengt lastigheden met zich mee, het wel en niet direct communiceren, het hoe en wat.
We hebben een nieuwe kamer gekregen - de zolderkamer - die twee delen heeft, gescheiden door een trap en kasten. Een witte vloer tegen de kakkerlakken en een spaanplaten dak waar de regen op klettert. Fijn. Mijn bed is gepromoveerd naar een ijzeren frame met een fleecedeken om op te liggen en papi en mami hebben hun eigen bed weer terug (waar ze ons in hadden laten slapen zonder dat wij dat wisten!). 
Maar we vinden onze draai, in het huis, in het land, in het werken, met elkaar.
Staand naar de WC, douchen met een emmer en koken op kolen.
Afgelopen week hebben we een kleine ‘midweek - weekendtrip' gemaakt naar Sipalay beach. Een toeterende busrit naar een palmstrand met blauw water en schoon zand, weg van de stad vol smog, herrie en afval.
Maar terugkomen in de rook was lang zo erg nog niet, want we zijn thuis.

Over schreeuwende varkens achter op driewielbromfietsen en meer.

29-12-2011

Vandaag zijn we aangekomen in Manila. Als we uit het vliegtuig stappen worden we -door onze onnozele doodvermoeide ogen snel als mikpunt gekozen door de meest assertieve vliegtuig-help-toerist-in-nood-en-buit-ze-uit man. We laten ons uitbuiten: binnen tien minuten liggen onze paspoorten achter de counter bij een stoffig toeristenbureau, voor de boeking van een veel te dure doorvlucht en terwijl onze tassen onbeheerd achter in de veel te dure taxi liggen laten we ons begeleiden naar een pinautomaat.

We worden naar ons (gelukkig wel goed gereserveerde) hostel gebracht en struinen de rest van de avond de straat af, waar we eten (verassend lekker, spotspotspot goedkoop) en op tocht gaan naar een klamboe.

Op deze tocht doet een tekenend beeld voor de extreme tegenstellingen die op ons afkomen: een meisje, klein, mooi, grote ogen, verfomfaait jurkje, handjes in de lucht. - Oppakken en mee nemen. Allemaal in het vliegtuig mee naar huis. Nu. - Het meisje staat voor haar moeder en broertje die op straat liggen te slapen, op de stoep, handjes slap over de rand, de stoep leidt naar een deur, de deur leidt naar een vijf etage hoge shoppingmall met marmeren vloeren, Dolce en Gabanna, een reuzachtig oppervlak zo groot dat we er meerdere malen verdwalen in en het uur dat we (tevergeefs) zoeken naar een klamboe.

We slapen pas in rond een uur of tien, in een eerst te koude (airco) dan te warme (airco uit) en hoe dan ook te luide (non stop leven en eeuwig bonkende jaren 90 muziek) nacht.

30-12-2011

De volgende ochtend dringt de jetlag zich aan ons op, de zon maakt veel goed maar haalt ons niet uit de wazig doch neutrale stand: ‘waar zijn we in hemelsnaam beland, ach, er is nu toch geen manier om me hiertoe te verhouden'.

We nemen de taxi naar het vliegveld, dezelfde man als gisteravond, die ons ook te duur weer terug brengt.. maar het feit dat hij van een afstand roept ‘good morning miss Chris!' maakt dat ik graag een paar Peso's extra betaal.

Op het vliegveld hebben we een paar uur vertraging en het eerste telefonische contact met Grace, Bacolod. Die klinkt bijzonder aardig en enthousiast, ze is al onderweg naar het vliegveld wat maakt dat ze twee uur op ons moeten wachten.. helaas pindakaas.

De vlucht naar Negros is prachtig, de eilanden, de zon. Narhea heeft voor het eerst totaal geen last van haar oren bij het vliegen, blijkbaar komen we thuis.

Grace en Samson staan ons op het vliegveld op te wachten, maken foto's en nemen ons mee. Warme typische mensen, een dunne veel pratende vrouw die met een pruillip de taxiprijs omlaag probeert te praten en een kleine smalle man met een bolle buik en paardenstaart die met heel weinig woorden veel zegt.

We rijden door de sugarcane velden en langs water buffalo's die zo tam zijn dat je er op kan zitten. Veel groen, arm, vies en vreemd genoeg verzorgd. Ze hebben niets, leven in hutten van afval, maar zorgen dat ze er goed uitzien voor ze de deur uitgaan.

We rijden door de straten van ons nieuwe thuis, veel verschillende buurten, een paar rijke huizen en één rijke buurt maar verder veel  veel slums.

Dan komen we aan bij ons huis, een straat vol met vlees kolenvuurtjes, kleine chips en cola winkeltjes achter gaas, palmbomen, huizen van afval of bamboe, een enkele van beton, of delen van beton. In deze straat slaan we een voetgangers paadje linksaf, lopen 30 meter en zijn thuis.  Een blauwe deur van krakend ijzer opent naar een betonnen gang vooruit en een rode vloer naar links, een deur naar rechts leidt ons naar de huiskamer waar een schreeuwende televisie beeld-sneeuw-beeld-sneeuw de ruimte vult. We ontmoeten ons nieuwe ‘Papi' Aprik (we noemen hem nu dus maar Paprik!), en later ook Mami.
Grace neemt ons mee naar de markt waar we met een warm welkom worden aangegaapt.

We bereiden eten, buiten in de tuin waar de keuken is - op kolen en wassen met teilen water- zijn ook vijf hanen, prachtige hanen, die worden gehouden om te vechten.

Op de markt hebben we (wonder boven wonder) een klamboe gevonden! Van plastic en blauw, maar toch.

De kamer waar we slapen (de eerste paar nachten samen, er is iets ander gelopen in planning, familiebezoek en organisatie, filipino style) is klein en donker. De kakkerlakken zo groot als een erg dikke middelvinger en spinnen zo groot als een gespreide hand zijn onze onwelkome kameraden. Maar als Narhea haar klamboe tent op een heus matras heeft gezet en ik het bed dat mij is toegewezen (tweepersoon schuimrubber dat er door groot gebruik uitziet als een berglandschap waar je onvermijdelijk in een vreemde hoek op je ru in het dal terecht komt) inpak in mijn blauwe huisje is het goed.

31-12-2011

Oudejaarsdag vandaag! 4 am. Geroezemoes van Mami en Papi, naar de markt. Oef. 6 am. De hanen houden uitvoerige dialogen die mij wakker houden. 07.30 de wekker gaat en ik ben al lang wakker, maar heb voor het eerst in tijden wel wat uren doorgeslapen. Ik heb zin om naar buiten te gaan en dat is een goed teken.

Grace zou ons om 9 uur komen ophalen voor een business meeting, maar blijkt er al vanaf 6 am. te zijn. Ze maken hier lange dagen, drinken als westerlingen tot 1 uur snachts en staan op als oosterlingen om 4 uur in de ochtend, korte berekening = drie uur slaap.

In ons straatje rijden er met regelmaat tricylces (brommers met geschilderd metalen zijspan en drie wielen, ook te verkrijgen in echte fietsvariant) voorbij met schreeuwende varkens, aan hun voorpoot vastgebonden, achterop. We leren dat het slachthuis dichtbij is. Ook dode varkens komen met regelmaat voorbij.

We spreken de repetitie en voorstellingsdagen af, zin in, zin in! Weer een marktbezoeker en een kleine siësta. Om zes uur, na twee jeepny's  en een tricycle rit later komen we in het centrum aan. We rijden langs prachtige velden, stadjes, het buitenleven hier is de eerste dag ronduit genieten. Wandelen in de wonderen van een andere wereld.

Op weg stoppen  we en ontmoeten we de eerste ‘Little Voices', vier kinderen die hun laatste ronde vuilnis ophalen voor het door als het geknal echt te gevaarlijk is op straat (al trekt Grace er een zeer bedenkelijk gezicht bij). Ze zijn trots en blij ons te ontmoeten, en wij ook.

We komen aan bij Samson (de kok van Little Voices) en Danka (een artieste bij hard en ook workshopleader, al is ze nu ook erg trots dat ze een baan heeft bij een make up merk Avon, banen zijn een zeer zeer zeer schaars goed hier). De familie heeft ons uitgenodigd voor oud&nieuw diner, heel erg lief, warm en welkom.

Eten en manieren, vlees en stilstaand water, aanpassen en eerlijk is soms lastig of niet goed te voelen, wat kan wel en niet? Vegetarisch en niet gelovig zijn is maar moeilijk te bevatten en ons mama (tatai) probeert ons herhaaldelijk terloops vlees te voeren maar met een lach en een paar woorden Illongo (het plaatselijke dialect) kom je een heel eind!

Later op de avond (wanneer we weer thuis zijn) beginnen de knallen ons om de oren te vliegen en worden we door ons tatai en dadai mee genomen de buurt in en aan iedereen voorgesteld lolo en lola's (opa & oma's) tito en tita's (ooms en tantes) en de vele mooie kinderen die onze straat een feest maken. We worden aan alle kinderen voorgesteld als ‘manang Chris en manang Narhea', grote zus Chris. Fijn.

De kinderen hier zijn allemaal prachtig, stralend en vol ambities:
Ik: en wil je dan doorstuderen?
Julia (17): (met een wat-is-dit-voor-een-rare-vraag blik) Doorstuderen?.. Ja, natuurlijk. Iedereen wil doorstuderen, ik lees woordenboeken als ik me verveel!
En zo hebben we ook Simboy - negen jaar, hyper intelligent en erg sensitief - die vloeiend Engels spreekt trots doch bescheiden de rol tolk op zich neemt. Ik heb nog nooit zo een sterkte behoefte van koesteren en dichtbij houden gehad. Wat mij betreft gaan ze nu al allemaal mee naar huis.

Het is een vreemde gewaarwording, twee buitenlanders uitstekend boven de Filipino's, leren Illongo en dansen de margarena tussen knallen en nieuwjaarskussen.  

GELUKKIG NIEUW JAAR!!

01-01-2012

Een nieuw jaar in een nieuw land in een nieuwe staat van zijn.

We gaan naar het strand vandaag! Nieuwjaarsduik! We kijken erg uit naar ruimte en frisse lucht (alles ruikt hier naar kolen op vuur, geroosterd vlees en uitlaatgassen) en baden in de zoute zee (we douchen in een WC, zonder douche).

Grace en haar familie hebben ons uitgenodigd, voor hen een speciale gelegenheid met veel lekker eten, duur en zeldzaam.

Over dat eten gesproken: alles is hier MIERZOET of met vlees/vis. Vanwege de suikerplantages waar Negros om bekent staat is alles, maar dan ook alles, zoet. Het brood, de pindakaas, de rijst.. het is dan ook niet verwonderlijk dat 60% van de bevolking diabetes heeft zonder het zelf te weten.

Na een jeepnyride van drie jeepny's en 40 minuten later komen we aan op het strand, wat een behoorlijke desillusie is. Vol met ons aangapende Filipijnen banen we ons een weg door de mensen en het afval, om te zwemmen moet je eerst 30 meter door zwarte (platgestampt afval en olie) drap, voor je tot het water bereikt dat je bruin tegemoet golft. Het eerste beeld is schrijnend maar weer is die tegenstelling groot: de spelende kinderen die zo zichtbaar genieten van deze dag uit, het afval en het eten, de dronken tito versus de warme familie. Onze kinderen Sharia (zie openingsfoto) en Simboy (de kinderen van Grace), die opgetogen op ons af komen rennen en ons ‘happy new year' kussen, trekken ons mee het water in en we kunnen niet weigeren.

Het water is warm als een bad, net als ons welkom.

Tot slot: morgen ontmoeten we voor het eerst de groep kinderen! Daar hebben we heel erg veel zin. Spelen en theater 7 uur verderop voelt anders, maar hier ook vanzelfsprekend. Het eerste wat je doet met de kinderen is spelen, spelletjes, gekke bekken en dansen, het is een automatisme. Dus kom maar op!

Heel veel liefs voor jullie allemaal in ver koud Nederland.